Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeenschap verlaat en daarbij alle uiterlijke zeden, feesten of godsdienstplechtigheden vaarwel zegt, ook dan zullen de kinderen lijden door een te prozaïsch leven. Over dit teere onderwerp schreef Zamenhof in een niet uitgegeven handschrift, dat ik pas na zijn dood aan zijn schrijftafel las:

„Een kind kan men niet met abstracte theorieën en regels voeden; het heeft behoefte aan indrukken en aan voelbare uiterlijkheden. Het kind van een openlijk getuigend ongeloovige kan in zijn ziel nooit dat geluk en die warmte gevoelen, die andere kinderen door de kerk, door de zeden, door het bezit van „God" in het hart, deelachtig worden. Hoe wreed lijdt vaak het kind van een ongeloovige, wanneer hij een kameraadje ziet, dat misschien wel heel arm is, maar met een gelukkig hartje naar zijn kerk gaat, terwijl hijzelf geenerlei regel, geenerlei feestelijkheid, geenerlei zede bezit " 1).

Het derde kind van Zamenhof werd in 1904 geboren. Het was een meisje, dat al jong eigen wil en nadenken vertoonde. De vader eerbiedigde haar aard. Het meisje merkte met haar helderziende oogjes alles op. Thuis aan den avonddisch was er ham bij de thee. Volgens het geloof der Joden was dit zonde jegens God. Hun godsdienst veroorlooft geen gebruik van varkensvleesch. De Katholieke godsdienst geen vleesch op Vrijdag. Maar vader was vrijzinnig. Waarom?

In de Poolsche kerken klonk orgelmuziek onder felgekleurde schilderijen. Daar preekten welsprekende geeste-

') Uit den ontworpen Oproep tot een Congres voor een neutraal-menschelijke Religie.

Sluiten