Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„eigene menschen die ongelaten van wil zijn en zichzelven bezitten met ongeordende liefde die zij tot zichzelven hebben"»), en Eckha rót zucht: „Alle Minne dieser Welt ist gebaut auf EigenrnLe Ha£s du die gelassen, so hittest du alle die Welt gelassen» •), en in de „Theologia Deutsch" heet het: „Sundtseynit anders dan dkss sich die creatur abkert von dem unwandelhaftigen Gut und kert sich, zu dem wandelbaren das isst, dass sie sich kert von dem volkommen tzu dem geteilten und unvolkommen und allermeist zu yr selber" *) — T,AHeLConcü?e™n Tren*e, met onderbrekingen bijeen van 1545 tot IS63, kreeg zich de groote taak toegewezen uit de M.E. theologie de kerkleer vast te stellen, die tegenover de Protestantsche ketterijen voortaan als de gezaghebbende zal kunnen gelden. Als de gezaghebbende: toch waarschuw^ H a r n a c k ons voor de meening, alsof de Trentsche decreten een zuiver beeld van het geloof der Roomsche kerfc zouden ek«r.^en heeft zich bij Augustinus aangesloten, maar

TJL^ * W°°rd ^ de Zaak zelve> meer in s^hijn dan in wezen Van onwaarachtigheid beschuldigt Harnack zelfs de Trentsche leerformuleering. „Das Unwahrhaftige liegt darin, dasz die eine Partei - und sie hat schlieszlich den Ausschlag gegebén - den Augustimsmus gar nicht wollte, dasz sie vielmehr uTallerf Stückendie Gewohnheiten der römischen Kirche als Dogma durchzusetzen suchto ™ dCr ^P^iankchen Doctrin und dem sacrament talen_Mechamsmus vertrugen» ♦). Het Augustinisme is in de dogmata van Trente aan het woord, maar het Augustinisme zóó geformuleerd dat de practijk der kerk bewaard kan blijven: en die practfjk isTlaS msme moralisme, probabilisme. De waarheid hierva?isTde Siwen op het Tndentmum volgend, in het bijzonder voor de ons interesseerendé zonde- en genadeleer, wel heel duidelijk bewezen door Cïïtoïïfi tusschen Jezuïtisme en Jansenisme. Deze strijd, eindigend S

nÏÏt toen S? n " Verddgta« ™ het jS-ÖJ

heeft toch wel onloochenbaar aangetoond, dat de Augustinisch-Tho-

mistische gedachten, gelijk zij in de verschillende ItaEStaSï

zijn neergelegd, slechts de vorm waren, die vastgehouden werTuS

ontzag voor de autoriteit van den grooten kerkvader; maar achTer dim

rchÏTdS' ^""r-r4 °nS °nderWerp aa^aat> heldere gedachten gedachten eigenhjk aan Augustinus geheel vreemd ja zelfs vijandig, gedachten van wilsvrijheid en zedelifke krad? ten goede en de verdienstelijkheid der goede werken, gedachtenwaarin ZÏÏT TT* WOJdenJgedaan **» wat de P-ctljk van het doo^ïï lauÏÏSkïtaE1 ^ de" d°°rSne/ Christen ™* Wie de verschUle^e Lt Sni ■l ï T m 1 ^zonder de „Unigenitus" van 1713, waarin tiLi Z T^*1 Au«?stinisme rond"it wordt verdoemd en hét Jezuï £•£^,^,n mora»sme, Pelagianisme en probabilisme van-denbiechtstoel triompheert, naast de Trentsche decreten legt die bemerkt

s) Ruusbroec, Werken, IV, 143.

) A. v. Harnack, Dogmengesch, in, S. 694.

Sluiten