Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is in het bijzonder het praedestinatie-leerstuk — maar dan voornamekjk de praedestinatie in malam partem, de praedestinatie met haar eeuwige uitverkiezing èn verwerping —, het is de mechanische opvatting van Gods verlossing — immers, welke beteekenis heeft nog het werk van Christus, waar God, naar Calvinistische leer, reeds vóór den val heel het heilsplan heeft vastgezet? — en het is het starre, onbuigzame confessionalisme, waartegen de Remonstranten te Dordt en in de volgende jaren zich hebben verzet. Tegenover de Calvinistische particularistische gedachten omtrent Gods Liefde hebben zij die van de eeuwige en umverseele vaderliefde Gods geplaatst, die wil, dat allen zalig zullen worden, tegenover den God der Calvinisten, Die reeds vóór de grondlegging der wereld Zijn plan omtrent zonde en genade heeft vastgelegd, predikten zij den levenden God, Die in Christus ons allen zoekt, zoodat het ook onze wil en ons werk is, wanneer wij de genade wederstaan. Zeker ook de oude Remonstranten wisten, dat de mensch het alles moet 'verwachten van Gods genade, ook zij kenden het godsdienstig afhankelijkheidsbesef, maar dat kon voor hen niet beteekenen,dat de mensch alle vrijheid van wil, alle zelfstandigheid miste. De zedelijke verantwoordebjkheid des menschen hebben zij gehandhaafd — te diep waren zij doordrongen van de waarde der menschehjke persoonlijkheid! — en daarom ook hebben zij een meerder vertrouwen in den mensch gesteld, was het Calvinistisch pessimisme ten opzichte van de menschelijke natuur niet het hunne. En omdat zij dus andere gedachten hadden dan hun Calvinistische tegenstanders omtrent God en omtrent den mensch, daarom stonden zij ook anders tegenover de zonde, haar wezen en haar ontstaan1). Wat zij den Calvinisten verweten, was, dat dezen God tot een „Autheur van de zonde" maakten, tot „de eerste aandrijvende oorzaak tot de zonde", waarvoor de mensch eigenlijk met schuldig kan staan; voor hen was het ontstaan der zonde onlosmakelijk verbonden aan de vrijheid van wil, waarmede God Zijn schepsel had begiftigd Hij (n.1. Adam) heeft de Wet overgetreden, met alleen zelfwillig maar ook gantsch en al vrijwillig; want hij is niet gedrongen geweest noch door uiterlijk geweldig aandrijven noch door eenige heimelijke bepalinge of eenige nootwendigheid van God of van den Duivel " a) Ook de oude Remonstranten kwamen op voor Uods heiligheid, maar zij zagen deze heiligheid vooral ethisch de Calvinisten daarentegen kosmisch: vandaar dat dezen de zonde m de eerste plaats als habitus, als büjvenden toestand des menschen opvatten, die niet anders kan zijn dan creatuur tegenover Gods majesteit, genen den nadruk legden op de peccata actualia, de daadzonden, die de menschen „puurliik uit..,, vrijen wille" doen 8). Het Remonstrantisme moet gezien worden als een poging, om, naast de religieuze gedachten van * menschen afhankelijkheid van God en Diens genade, toch ook te redden en te bewaren het humanisme in zijn besten zin: de gedachte van de waarde

i) Verg. voor den godsdienstigen achtergrond van dezen stóid Roeriger: G T Heering Het Godsd. beginsel der Remonstr. tegenover dat der Calvinisten (m:JbrRemogAs"anten( Gedenkboek b.h. 300-jarig bestaan der Remonstr.Broed.).

a) Verg. Belijdenis of Verklaring van xoax, Dlz. 50, 03.

») Ibid., blz. 64.

Sluiten