Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben zij zich niet alleen van de Calvinisten, maar ook van de Remonstrantettiverwijderd 1).

Ten opzichte van de zondeleer in onze vaderlandsche Protestantsche theologie der, drie genoemde eeuwen laten zich drie lijnen dus scherp onderscheiden: de Calvinistische, de Remonstrantsche en de Socini-

aansche. .... - 4 Intusscheaiwijaen èn Remonstrantisme èn Socimamsme er op, dat een levensstenuning zich meer en meer verbreidt, die zich van het Dordtsch.Galvifnsme afwendt en zich in het algemeen in de Reformatorische en oud-kerkelijke dogmatiek hoe langer hoe minder thuis gaat gevoelemnHet is de Aufkldrung, wier wortels reiken tot in de Renaissance; ja zelfs, volgens T r o e 11 s c h, tot in de 14de eeuw *), maar wier opkomst en bloei de 17de en 18de eeuw hebben gekend die deze tevensstemming komt versterken. Haar naar wezen en invloed volledig te schetsen, is niet noodig. Kant's definitie: „Aufklarung ist der Ausgang des Menschen aus seiner selbst verschuldeten Unmundigkeit'M) moge nog immer gelden, aangevuld door Troeltsch s karakteristicum: „Ihr Wesen ist der Widerspruch gegen den bisherigen ZwiespaltiVton Vernunft und Offenbarung und gegen die praktische Herrschaft der supranaturalen Offenbarung über das Leben ). Haar autoriteit is de Vernunft, de redelijkheid, waarmee zij de geheimen van natuur en menschenwereld vastverzekerd meent te kunnen ontraadselen en waarmee zij het leven aan de practijk dienstbaar hoopt te kunnen maken. Intellectualisme, utilitarisme en, daaruit voorvloeiend, een sterk optimisme t.o.v. 's menschen kunnen en kennen, een sterk geloof in de kracht der menschelijke redelijkheid en zedelijkheid zijn haar wezenlijke elementen. Zij is te «en als het groote, welbewuste en welverzekerde saeculariseeringsproces, dat ach aan de, uit den druk vata staatkundige en kerkelijke tradities zich vnjmakende, menschheid voltrekt. D i 11 h e y heeft in zijn bovengenoemde studie aangetoond, hoe, onder invloed van de Stoa en de „lex-naturae ^dachte, het natuurlijke systeem der geesteswetenschappen opgebouwd wordt: man was er van overtuigd voor religie en moraal, voor staats- en rechtsleer bepaalde principes uit de menschehjke rede te Icunnen afleiden, zoodat van een natuurlijke religie, een natuurlijke moraal, een natuurrecht gesproken zou kunnen worden. Geen ethiek meer, die afgeleid wordt uit Gods Wü en de kerkelijke begrippen van rechtvaardigmaking en wedergeboorte onderstelt, maar een ethiek, die berust op ƒ menschen redelijke en zedelijke natuur, welke uit zichzelf, «onder de hulp van bovennatuurlijke krachten, den mensch tot het goede handelen brengen kan. Geen religie, geen Christendom meer, die het eigenlijke en diepste eerst door de openbaring schenkt, maar de natuurlijke religie, waarin ïpVerg W. Düthey's Schriften, II (Weltansch. u. Analyse des Menschen seit

ReJss.SfonnTs.x%ff over ^j^^^^^^SS^ und Arminianer" in de 17de eeuw, in het bijzonder S. 141 over de „Aunosunf van het dogma der erfzonde.

*Y Vent. Troeltsch, Ges. Schr., Bnd. IV, S. 339. , c .

») S in: Was ist Aufklarung <W .W., herausgeg. v. Rosenkrahzu. Schubert,

VII, 143—154)-

4) Troeltsch, gec. w., S. 339-

Sluiten