Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of: „Nicht zum Guten, nicht vom Bösen Wollen wir die Welt erlösen, Nur zum Willen der da schaf ft."

of: „Was den Menschen entzückt, entsetzt, empört, das erlöst ihn' Weii's ihn auszer sich bringt, weil 's ihn mit Leben erfüllt."1)'

Hoe klinkt in dit laatste citaat — zij zijn alle drie uit „die heilige Erde" van Dehmel gekomen, dat een modern „Andachtsbuch" wordt genoemd! — een lofzang op het leven, dat in zijn hoogten en laagten verheerlijkt wordt. Er wordt niet om verlossing gevraagd van een macht, die het leven heeft geschonden, de verlossing brengt het leven zelf in de grootschheid en hartstocht van zijn gevoelens. Men moge al in deze cosmische, pantheïstische levens- en wereldverheerlijking zonde, smart en schuld niet uitgeschakeld hebben, men beseft deze realiteiten toch niet als tragische verscheuringen van het leven, men is daarom toch voortdurend verre van allen waarlijk-zedelijken strijd. Aan het zondebesef in den ChristeEjk-reformatorischen zin komen wij hier niet toe. — Sprekende over dit monisme kunnen wij in dit verband misschien nog wel een paar namen noemen, die op personen en bewegingen wijzen, die van invloed zijn op de verzwakking van het zonde- en schuldbesef in den traditioneel-kerkelijken zin. Ik noem T r i n e en diens werken, en ik denk aan een beweging als die van de Christian Science, Overbekend zijn T r i n e ' s gedachten: zoodra wij de eenheid inzien, die er in wezen is tusschen God en mensch, is alle haat verdwenen. Zelfzucht is de wortel van alle kwaad, en zelfzucht is uit onwetendheid ontstaan. De wetende, de wijze mensch is nooit zelfzuchtig. Het gaat er om, zich open te stellen voor den Algeest van oneindige liefde, het gaat om de harmonie met het Oneindige: dan worden alle kwaad en zonde in hun schijn doorzien. Nauw verwant daarmede leert de Christian Science, dat zonde, ziekte en dood geen positieve werkelijkheden zijn, maar dwalingen, voortspruitend uit onzen sterfelijken geest, die zich tegenover den Eeuwigen Geest van Goedheid plaatst. Wie die dwalingen maar doorziet en overtuigd is van deeene, almachtige Goedheid, die God heet, die is genezen van zonde, smart en dood. — Ook deze monistische gedachten, in Amerikaansch-practischen vorm gekleed, zijn van invloed geweest op de verzwakking van het zondebesef in den oud-kerkelijken zin. —

4°. Met een enkel woord moge ook van de persoonlijkheidscultuur gerept worden, zooals de 19de eeuw die heeft laten zien. Sinds Goethe is de „Persönlichkeit" voor velen het hoogste goed geworden. Maar, waar de mensch beheerscht wordt óf enkel door het verlangen zichzelf te handhaven óf door de kleine idee van eigen voortreffelijkheid, waar een Prometheusstemming hem tot een eenzamen individualist maakt of het Nietzschiaansche Uebermensch-ideaal hem voorzweeft, waar het Stirner'sche „mir geht nichts über mich selbst'', waar dus in elk geval deze persoonlijkheidscultuur boven de liefde voor het eigen zelf niet uitstijgt, en van het zelfverlies, door het Evangelie den eenigen weg tot zelfbehoud genoemd, niets verstaat, daar zal zeker van die

*) Ibid., passim.

Sluiten