Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als P i e r s o n in 1867 zijn brochure schrijft, getiteld: Gods Wondermaet in ons geestelijk leven, en daarin de hoofdstelling van de Moderne Theologie — de verzoening tusschen gelooven en weten — fel bestrijdt, dan is dat de aanvang van verzet, verzet, dat zich op verschillende wijzen zal openbaren, maar dat niet zal ophouden en dat tenslotte aan de Moderne Theologie een geheel anderen koers zal geven, afwijkend n.1. van het mtellectualisme en monisme, ook van het optimisme der oudere

^"Sni en nabij 1870 spreekt men in ons land van de Ethisch-modemen, mannenalsE. C. Jungius, Dr. I. H o o y k a a s, J. Hooykaas Herderschee, die allen m protest waren tegen bcnoit e n's monisme, dat hun te hard, te koud, te logisch was, en de vastheid zochten in het plichtsbesef, in Gods stem in het eigen hart, met nadruk de tweeheid van gelooven en weten poneerend. „Vele modernen zien in God de rechtstreeksche oorzaak van alles. Derhalve, als door God gewild en gewerkt, is alles wat geschiedt, niet slechts onvermijdelijk

noodzakelijk maar ook volmaakt goed Ook de zonde is opgenomen

in den samenhang van het geheel, in die goddelijke wereldorde .... Maar dat bevredigt mijn behoeften niet Ik voor mij heb een paar kleine zekerheden, wettig, d.i. langs den eenig waren, den koninklijken weg van innerlijke ervaring opgedaan, b.v. deze zekerheid, met slechts dat al wat God doet, volstrekt goed is, maar ook, dat niets, netweik mijn geweten als volstrekt kwaad veroordeelt, door God gewild of gewerkt of veroorzaakt kan zijn." l)

Weer wat later, in de 90'er jaren der vorige eeuw, gaat men van de Mystiek-modernen spreken. Ook hier een heel besliste afwending van het oud-moderne monisme, maar bovendien een onbevredigd zijn^met het zedelijk idealisme der z.g. Ethiach-modernen. In beide wordt het gemis aan leven en warmte gevoeld, de Mystiek-modernen — menschen alsE.Snellen en Prof. T. C a n n e g i e t e r behooren tothen — beseffen iets van het heel eigene der religie, dat niet onder te brengen is, dat integendeel geschonden wordt in een momstisch schema dat: evenmin tot zijn recht komt in een godsdienst, die tot phchtsbesef verbleekt. „Het echt godsdienstig geloof" zegt C a n n e giet e r , ƒ.... ge|moeds teven, toestand en daad van de eigene persoonhjkheid; het is de bewustwording van rechtstreeksche persoonlijke levensbetrekking met God. Juist door deze opvatting van de geloofservaring wordt „zonde ervaren als een conflict met ons eigen innigst wezen, als innerbjke verdeeldheid, als letsel aan de eigene persoonlijkheid, als zteleschade" ') en sterker nog, bijna met den ouden, Reformatorischen klank, zegt S n e 11 e n. „ue moderne richting gaat uit van 's menschen diepste behoeften , „wij moeten de zonde blijven gevoelen als vloek en schuld , in haar diepsten grond hoogmoed, die weigert Gode het hart tegjven, „het onheilig mysterie van onzen opstand tegen God het mysterie ónzer schuld wordt slechts overwonnen door het heilrijk mysteriejter Eeuwige Liefde: God, Die in Christus het schuldgevoelend hart nabij is ).

!) Dr. L Hooykaas, God in de geschiedenis, 1870, blz. 21, 23, 24. ») Prof. Dr. T. Cannegieter, Godsdienst en Zieleleven, blz. 57. ») E. Snellen, Verzoening, 1896, blz. 7, 8, 13, 32-

Sluiten