Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie dergelijke uitspraken legt naast Scholten's : „De zonde heeft hare plaats in het proces van den overgang uit het dierlijke leven tot de heerschappij des geestes" of naast Opzoomer's: „Zonde is het onvolmaakte dat er moet zijn, maar niet moet blijven, het heeft in Gods Wereldplan zijn bepaalde plaats", die voelt het verschil: men kan geen vrede hebben met een monisme, dat de zonde alleen maar een phaze laat zijn, met een systeem, dat logisch aan de zonde een vaste plaats geeft en haar zoo meent te begrijpen, men gaat uit van eigen zedelijk leven, van het Gods gebod in de eigen ziel, van het gemoedsbestaan, en weet dan de zonde als dat, wat er niet mag zijn, als d» (niet als oöx &.), als conflict, als opstand tegen God, als dat, waaraan men geen plaats kan geven in het wereld- en levensgeheel, als het ondoorgrondelijke. —

Nog weer later worden deze „Mystieken" de Malcontenten genoemd, later in „Rechts-modernen" gewijzigd, zoodat Snellen's woord bewaarheid wordt: „Een nieuwe richting breekt baan, die uitgaat van het Christelijk zelfbewustzijn die de behoefte aan genade en aan de gave Gods in Christus als de zielsbehoefte gevoelt voor de kinderen van ons geslacht".1) Maar hoe ook genoemd en in welke nuances ook weer verschillend, het is, wat ons thema betreft, zoowel bij Malcontenten als bij Rechts-modernen een protest tegen den monistischen.evolutionistischen kijk op de zonde. „Zonde mag niet worden beschouwd als een te overwinnen achterlijkheid, maar is veeleer: opstand tegen God; niet dus een verschijnsel, dat gebonden is aan het stadium der evolutie, waarin wij leven, maar het openbaar worden van een breuk tusschen God en mensch, van een verbreking van de normale, verplichte verhouding tusschen God en mensch".») Of, zooals Roessingh het uitdrukte: „Het gaat.... om een type van levensernst, dat met het zedelijk streven van een liberalistisch-evolutionistisch geslacht weinig gemeen heeft, dat weinig geloof heeft in zedelijken vooruitgang, maar dat naar levensvastheid en levensconcentratie verlangt door bekeering en wedergeboorte heen", „het Rechts-modernisme, dat juist ook onder den invloed van het ethisch normbesef zich stelt tegenover een monistische verklaring der werkelijkheid".») Het is bij beiden een zich bewust stellen op de oude, Christelijke fijn van P a u 1 u s, Augustinus, Luther, een zich verwant gevoelen aan de religieuze psyche der eeuwen, die eigen diepst en heiligst ervaren steeds weer heeft uitgedrukt in de woorden zonde en genade 4). Pierson heeft eens gesproken van „de geheirnzinnige, de tragische oogenblikken onzes levens", waarvan de orthodoxie beter rekenschap weet te geven dan iemand anders, en Roessingh neemt deze woorden van harte over. Het is het weten van deze tragische verscheurdheid, van de dualistische spanning, die door heel de wereld en door heel het menschenleven heengaan, waardoor het Rechts-modernisme weer, sterker dan een vorig

Snellen, gec. w., blz. 60. «f«,IL ~" H" A\van B*k<?' La&t zich Positief formuleeren wat ons samenbindt?, referaat op vergad. van Malcontenten, 22 Oct 1907 (Niet in den handel), blz. 16 •) Roessingh, Verz. W., I, blz. 198, 203.

4) Verg. Van Bakel, gec. w., blz. n en Roessingh, gec. w., blz. 198.

s

Sluiten