Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar eerst de vraag: hoe komt de mensch tot zondebesef} Waardoor wordt het zondebesef bepaald} — '

§ 2. De Maatstaf van het Zondebesef-, de openbaring Gods in Christus. Ook buiten het Christendom is zondebesef te vinden. Dit aan te too"f"' "ePverbodiS- "Es 8»l»t überhaupt keine höhere Religion, in der nicht Sünde, Vergebung der Sünde, Gewissensvorwurf und zwar Vorwurf des religiös bestimmten Gewissens eine Rolle spielten" getuigt de fijne godsdienst-historicus Rudolf Otto*). Men denke aan boetepsalmen van het oude Bdbyloniê (aan een woord als: „Tegen Uw geweldigen Naam ben ik geheel opstandig geweest; Uw Naam verachtte ik zeer, U zocht ik nietUw grens heb ik geweldig verplaatst")»), aan zondebehjdenissen m de Veda's („Löse von uns die Taten der Falschheit dle.wir y°n den Vatern ererbt, und was wir selbst mit unserm eigenen Leibe volfuhrt haben ....")*) 0f aan verschillende liederen uit het Israëlitisch psalmboek. Sophocles' woord: Mpmtov rap xolvov *™ to èSavapravtv is waarheid. Maar met dat algemeen voorkomende besef van zonde gaat een groote verscheidenheid van inhoud HTnu t: Ü °Ver In<Üë'S »Gnad«u-eligion» spreekt en opmerkt, dat de Bhaktigodsdienst rijk is aan zondebehjdenissen, dan laat hij toch ook terstond het groote verschil met het Christelijk moe-ervaren voelen: hier een verloren-zijn in gewetensschuld, ginds een vastgeklonken-zitten aan de „samsara", aan het „rad van geboorte en wedergeboorte , waaruit om verlossing wordt gesmeekt*). Wordt — naar n a n t e p i e de la S a u s s a y e — zonde in de Vedaliteratuur als ein Verbrechen .... aufgefaszt ... wie ein Vergehen gegen das Gesetz des Staates» % een Psalmwoord als „Tegen U, tegen" u"llee„ heb ik gezondigd!» getuigt zeker van anderen inhoud. En wat het Christendom betreft: ons historisch overzicht toonde reeds aan, dat zondeleer en zondebesef telkens wel heel verschillenden inhoud kunnen hebben: nu eens lag de nadruk op s menschen zinnelijkheid, dan weer op zijn

?!T- f ™feldliefde. *«* ~ *»ders g«egd - de zetel dS zonde m de materiahteit of in den geest des menschen gezocht, nu eens had het zondebesef een sterk negatief karakter (zonde het nog niet goede zonde een phase m de ethisch-religieuze ontwikkeling!), dan weer een beslist positief accent (zonde wilsopstandigheid tegen God!). ™JTJe-JT&ae: Wat ta — m '* ^ het Christendom - de

Z£errJraa;ï het kennen der *°nde> ^ardoor wordt het Christelijk zondebesef bepaald?

Opnieuw kunnen wij naar Kierkegaard luisteren. In zijn „Krankheit zum Tode» spreekt hij over de Socratische definitie van zonde: zonde is onwetendheid. Haar bestrijdend en verwerpend, omdat

scheiSun?,"SS, S^IT Gnadenreli«ion «*» ^ Christenrum, Vergleich u. Unter-

blz. S g'A'H-E<lelk00rt' Het Zond^f in de Babylonische Boetepsalmen,

von Llhn^-Haï,(T9%ran °ldenbe,*>' ™' »> (Teztbuch z. Rel. gesch. *) Otto, gec. w., blz. 7a.

) P. D. Chant de la Saussaye, Lehrbuch der Rel. Gesch., IV, 1925, dl. II, S. 20.

Sluiten