Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geistige Gewimmel zu einem Magnetfeld mit lebhafter Richtung auf das Symptom hin sich umgestalten sehen unsere gangbaren moralischen Begriffe, unsere Vorstellungen von sittlich und unsittlich können nun einmal ihre verwantschaftiichen Beziehungen zu dem primaren, neurotischen Sündbegriff nicht verleugnen" l). Wel geeft de schrijver toe, dat er ook een „metaphysische" zondevoorstelling is, die met neurose niets van doen heeft, maar hij spreekt hierover niet verder en merkt alleen op, dat in de kerk de lagere (neurotische) en de hoogere zonde-idee steeds dooreengemengd voorkomen.

Wij deden enkele grepen uit het schier onoverzienbare terrein der psychanalyse en lieten Freud, Pfister, Rank, Achelis en nog enkele anderen hun verklaringen geven van het in de psychanalyse allerminst ontkende zonde- en schuldbesef. Bij alle verschillen wijzen deze verklaringen toch alle in ééne richting: verdrongen libido. Het zonde- en schuldbesef wordt in de psychanalytische school als neurotisch symptoom opgevat: sexualiteit is verdrongen, maar blijft zich laten gelden, manifesteert zich als angstgevoel, veelal ondefinieerbaar angstgevoel in den mensch, die hieronder „lijdt". Zeker, men wil niet de mogelijkheid van een zondebegrip loochenen, dat niet van neurose doordrenkt is, maar in de practijk meent men het voorkomende zondeen schuldgevoel toch alleen langs dezen analytischen weg te kunnen verstaan. Of men het nu direct met onanie in verband brengt, dan wel het terugvoert op een Oedipuscomplex, de verdringing en de gevolgen daarvan, doet weinig, aan de hoofdzaak af: zondebesef is verdringingsproduct.

Dat hierin waarheid schuilt, kan niet ontkend worden. Dat het „typus neuroticus", dat „spezifisch europaisches Gewachs von ungeheuren Ausmaszen"2) vol is van zondebesef, dat hetzelf niet begrijpt, maar dat in nauwe relatie met de sexualiteit (libido) staat, dat lijkt mij niet voor tegenspraak vatbaar. Men is zich van deze relatie niet bewust en wil er zich niet van bewust zijn, en, gelijk Achelis opmerkt, „die Selbstbelügung steht hier auf virtuoser Höhe"3), het feit zelf echter, het zoo veel voorkomende onbestemde schuld- en angstgevoel in de sterk verbreide neurose van onzen tijd, lijkt ons onweersprekelijk. Wie daarvan nog overtuigd wil worden, leze b.v. het heldere en overzichtelijke boekje van A. Runestam, een Zweedsch theoloog, getiteld: „Psychanalyse en Christendom", al wijkt deze auteur in dit opzicht van de meeste psychanalytici af, dat hij de moderne zenuwziekte van onzen tijd niet zoozeer afleidt uit een verdringing der libidokrachten door zedelijke factoren, maar uit een evenwichtstoestand tusschen beide. De zedelijke kracht, die tegenover den ongeoorloofden wensen is komen te staan, is niet te sterk geweest, zooals de psychanalyse meent, maar juist te zwak, naar zijn oordeel. „De moraal is te zwak om te zegevieren en te sterk om de drift te laten winnen. Het conflict wordt niet opgelost, doch verschoven. Daarom is de aldus ontstane psychische toestand een

*) Ibid., S. 72. ') Ibid., S. 72. «) Ibid., S. 73.

Sluiten