Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu eenige strofen van het Latijnsche lied, dat er achttien in het geheel telt:

Ave, virgo singularis, Mater nostri salutaris, Quae vocaris stella maris, Stella non erratica!

Nos in huius vitae mari • Non permitte naufragari, Sed pro nobis salutari Tuo semper supplica!

Saevit mare, fremunt venti, • Fluctus surgunt turbulent!, Navis currit, sed currenti Tot occurrunt obvia 1).

Zoo zien we hier romantische en antieke vormen vermengd, wat natuurlijk aan de eenheid niet ten goede komt; ook zijn er zwakke plekken in het gedicht; b.v. een uitdrukking als „bebloede zielen". Maar hoeveel schoonheid hier tegenover! En dat heeft indertijd De Gids niet ingezien!

Romantisch is ook de stemming van levensmoeheid, folterende onrust, hartstochtelijk verlangen naar de oplossing van het levensraadsel. Tal van dichters uit het tijdperk van de Romantiek, o.a. Shelley» Byron en Goethe, hebben deze Weltschmerz gekend en diep gevoeld. Bij onze dichters van 1840 was ze een houding, een mode, zonder werkelijken grond, b.v. bij Beets en Ten Kate. Bij Kloos was ze echt, en we zien dan ook in Mylitta's aangehaalde woorden niets minder dan het gemoedsgetuigenis van den jongen Kloos zelf, die de levenstragiek, van zijn kinderjaren af, aan den lijve had gevoeld en als Faust, wanhopig streed voor de verovering van een bevredigende wereldbeschouwing.

We zijn hiermee gekomen tot een crisis in het leven van den jongen Dichter, zooals ze zich in de puberteitsjaren bij vele jonge menschen

1) Ook in een oudere hymne van een onbekend dichter uit de He eeuw, nl. „De beata Maria Sequentia" treffen we den zelfden vorm aan: „Verbum bonum et suave Personemus, illud ave, Per quod Christi fit conclave, Virgo, mater, filia"

Sluiten