Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn persoonlijkheid: zijtt afkeer van maatschappelijke conventie en zijn zucht om trots alles zich zelf te zijn, vrij van allen dwang. Een onbruikbaar lid van de samenleving, zullen de praktische lezers zeggen, maar — Kloos was een dichter, en het schutteren was belachelijk.

Kloos was een dichter: in Brussel schreef hij verder aan de fragmenten Okeanos, waarmee hij in 1883 begonnen was. Okeanos, hoewel nooit tot een groot geheel voltooid, behoort tot zijn beste werk en doet, naar het gehalte beoordeeld, niet onder voor hét klassieke Hyperion van Keats, dat Kloos reeds bewonderde in de vertaling van Warner Willem van Lennep, vóór hij het nog in het origineel gelezen had. Slechts door een toeval is deze meesterlijke poëzie gespaard gebleven voor het nageslacht.

Boeken vertelt: „In 1893 eene verrassing, een vondst: van werken door den dichter in een vlaag van wanhoop, naar hij waande, vernietigd, bleken enkele snippers gered: Ganymedes en de overige Okeanosfragmenten, dateerende uit dagen en nachten van door de goden begenadigde eenzaamheid — van-eigen-hcht-stralende kleinoodiën, door den dichter vergeten en niet geacht, toen hij stond in het helle daglicht en het wilde rumoer van den openbaren strijd voor de door hem uitverkoren zaak"1). Boeken doelt hier op de crisis van de N. Gids in 1893, waarover later het noodige zal worden gezegd. Slechts een klein gedeelte, Ganymedes op aarde, heeft Kloos in 1886 in de N. Gids doen verschijnen.

Het geheele gedicht, drie zangen, werd het eerst gepubhceerd in den bundel Verzen van 1894, en opgedragen aan zijn akademie-vriend en mede-klassicus Alphons Diepenbrock. Een afgerond geheel is dit niet. Het zijn als de scherven van een schoon beschilderde Grieksche amphoor, die ons slechts enkele tafereelen volledig aanschouwen laten. Geen letterlijke ontleeningen, wel de voorname, verheven plastiek van Keats' blanke verzen vinden we hier in deze tafereelen van de grieksche godenwereld, die voor een groot deel de symbobseering bevatten van des dichters eigen zielsleven. Want Ganymedes, de mooie blonde knaap, die door Zeus' adelaar wordt gedragen naar den Olympus om de goden te dienen als schenker, maar het aardsche leven niet vergeten kan, dat is de dichter die ondanks zijn hooge dichterbjke vervoeringen zich niet los kan maken van aardsche vreugden en verlangens.

De titel Okeanos slaat alleen op den eersten zang, waarin een episode uit den Titanenstrijd met grootsche verbeelding beschreven wordt; 1) N. Gids 14të9, bl. 536. Mededeeling van Dr. Hein Boeken.

Sluiten