Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te werk ging, kan men in zijn „Literaire Herinneringen" nalezen. Ik geef, om tot een billijk oordeel in staat te stellen en ter wille van de volledigheid, de geschiedenis hier in 't kort weer.

Yan der Goes trachtte Herman Gorter in de redactie te krijgen. Den 24sten September 1892 schreef hij hem, zoo mogelijk, de volgende redactie-vergadering bij te wonen *•). Gorter zelf beeft jaren later aan Yan der Goes verklaard, dat bij niet zoo gebrand was op het hdmaatschap van de redactie en dat het vooral Yan Eeden moet zijn geweest die voor zijn kandidatuur bij de andere redactieleden beeft geijverd en een te sterke voorstelling gegeven van zijn bereidwilbgheid; en wel, omdat Yan Eeden van Gorter steun zou hebben gehoopt tegenover Kloos, met wien bij, Yan Eeden, reeds op niet al te goeden voet stond 2). Kloos heeft den toeleg van Van der Goes en Van Eeden zeer goed begrepen: bij, de oprichter en ziel van bet tijdschrift, de man die als redacteur-secretaris allerlei extra-werk had, de eenige, die geregeld met den uitgever Versluijs overlegde om een goede aflevering te bezorgen, zou zich een testimonium paupertatis moeten laten welgevallen en een ander tot steun naast zich dulden? De samenzwering kwam van den kant van den gewaanden vriend, in wien bij zich deerlijk had vergist, den man van het vriendschappelijk en ridderlijk gebaar, maar tevens van de stiekeme hinderlaag (Lieven Nijland) èn van iemand dien hij misschien om zijn socialistisch fanatisme niet te best zetten kon: den schrijver van „het onleesbaar boekje". Stilzwijgend, naar zijn aard, heeft Kloos eerst het besluit van zijn mede-redacteuren over zich heen laten gaan en er geen bezwaar tegen gemaakt. Als gepassioneerde met een sterke sekundaire functie is hij echter over bet vernederend besluit natuurlijk blijven piekeren, heeft hij het verzet in zich voelen groeien en — in strijd met den wensch zijner vrienden — Gorter niet uitgenoodigd toe te treden.

„Naar de redenen die Kloos bewogen hebben het besluit van de redactie onuitgevoerd te laten, kan men enkel raden", schrijft Yan der Goes. Het klinkt naïef. In werkelijkheid zijn die redenen zeer duidelijk. Het ging om niet minder dan de handhaving van zijn persoonlijkheid. Hij wilde niet zwichten, zich op zij laten drukken. Hij voelde te sterk dat hij en De Nieuwe Gids één waren en ondeelbaar en zoo kwam hij tot een daad van lijdelijk verzet die geheel lag in de lijn van zijn zwijgend, onbuigbaar karakter. Ergernis van zijn mederedacteuren over Kloos' „autocratisch optreden" was het gevolg. Ja,

1) t.a.p. blz. 51.

2) Litt. Her. blz. 138.

Sluiten