Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kalme en door niets op den duur uit het veld geslagene doorzettendheid. Daar kan niet-voelen en kruideniers-redeneering ten slotte niet tegen op".

Vleiend zijn de opmerkingen niet. Maar een zoo groot vriend van Holland en onze natuur als de Franschman Henri Asselin heeft toch ook verklaard: „ze hebben allerlei benijdenswaardige deugden, de Hollanders, maar literair zijn ze allerminst". En waarin wortelt het literaire anders dan in een bijzondere gevoeligheid?

En hoe dacht, om een weinig terug te gaan, Erasmus erover, die veel gereisd had en in zijn landgenooten veel goeds waardeeren kon? „Nergens", klaagt hij herhaaldelijk, „bestaat zoo weinig zin voor de bonae hterae"1).

Nog een citaat:

„De journalistische kritiek in ons land heeft mij nooit goed kunnen zetten, en steeds heb ik vergeefs naar een reden er voor gezocht. De eenige redenen die ik ervoor heb kunnen bedenken, zijn: le dat ik mij altijd zoo apart heb gehouden van al het gedoe en gedrijf dier menschen, vergaderingen, congressen, clubjes, etc. Hun gangen zijn niet de mijne geweest, en ik heb hun leven in geen enkel opzicht en voor geen oogenblik meegeleefd. Niemand hunner kent mij persoonlijk en ik ben altijd op mijzelf blijven staan. De tweede dieper gaande reden is, dat ik geen eigenlijk gezegd Hollandsen temperament heb .... Als ik over het algemeen Hollandsche menschen hoor spreken, dan sympathiseert mijn onderbewustheid daar heelemaal niet mee, diep inwendig voel ik mij vreemd. En nu is 't zoo curieus, toen ik in Zuid-Duitschland was, voelde ik op eenmaal me daar heelemaal thuis. De toon van spreken en de gebaren, de oogopslag en alles van de menschen verwarmde me telkens met een innerlijke sympathie, een geheimzinnig, niet te definieeren meevoelen, waar ik mij geen rekenschap van geven kon. De eenyoudigste dingen, — een vraag, hoe laat het was, deed mij trillen van een vage, maar nog duidelijk gevoelde aandoening, en als ik zoo zat in een Duitsch restaurant bijv., dan rilde ik plotseling als ik terug-dacht aan ons koud-nuchtere, zoo vaak in-banale en ongevoebge Holland. „Gemoedelijkheid" is den Hollanders vrijwel iets vreemds. Maar de menschen daar met hun gewoonste gezegden deden mij aangenaam en weldoend aan. Zij maakten op mij den indruk van gevoebge en verstandige beden".

We willen volstrekt niet beweren dat Kloos' diagnose een dwaasheid is en dat er niet iets waars kan schuilen in zijn ras-afstammingstheorie,

1) Zie J. Huizinga, Erasmus, blz. 62.

Sluiten