Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar nog eens herinneren wij aan die andere verklaring welke ons aan de hand wordt gedaan door het typologisch verschijnsel Kloos, dat overal, onafhankelijk van het ras wordt aangetroffen, en natuurbjk door onnaspeurbare overgeërfde individueele eigenschappen kan rijn bepaald. In de moderne karakter-kunde onderscheidt men, afgezien van het ras, onder meer twee soorten van menschen: de naar binnen gewenden, de getntraverteerden en de naar buiten gewenden, de geextraverteerden. Bij de eersten overweegt het subject, bij de tweeden het object. Hij die extraverteerend is aangelegd, past rich aan bij zijn omgeving en heeft de neiging, zijn innerbjke aangeboren gevoelens zoo niet geheel te verloochenen, dan toch ze slechts te gebruiken voor zoo ver ze hem in de practijk des levens van dienst kunnen zijn. Bij hem heerscht de „persona" over de „anima", de uitwendig vertoonde persoon over de rielspersoon. Zij dragen een masker waarachter hun rigenbjk rielsgelaat verborgen bbjft. De geïntraverteerde daarentegen laat zich uitsluitend leiden door het complex van zijn binnenwezen. Ook hij zal wel eens rekening houden met de omstandigheden, maar als 't er op aan komt, als hij kiezen moet tusschen de buitenwereld en rich zelf, tusschen transigeeren en luisteren naar zijn eigen diepste binnenste, dan kiest hij zonder aarzelen het laatste. Het eigen gevoel, bet eigen inricht is zijn wet. Hij geeft zich zooals hij is, zonder terughoudendheid; nooit akteert hij, en met trots bebjdt hij een eenzaamheid die bij zelf verkozen heeft, maar desniettemin ondervinden kan als een gemis. Zulk een type is Willem Kloos. Nemen we dit aan dan wordt veel verklaarbaar wat anders vreemd zou blijven. Dan kunnen we o.a. begrijpen, dat de voor de mannen va» '80 aanvankebjk geldende verhouding tot de maatschappij, welke meer werd gekenmerkt door hooghartigen afkeer of scherpe kritiek op haar matenahstische leebjkheid dan door meelevende gehjkgezindheid, juist bij hem, meer dan bij iemand anders, moest leiden tot pijnbjke vereenzaming welke in trotsch vertoon van zelfbewuste kracht haar herstellend tegenwicht zocht. De begriplooze tegenwerking die hij als kind tehuis en als jong schrijver in het pubheke leven had te Ujden, naast de smartelijke teleurstelling in de teederste gevoelens voor een aangebeden vrouw, moesten de aangeboren neiging tot intraversie nog versterken. Du» ! neiging, gepaard gaande met ongenaakbaarheid sloot gemoedelijkheid niet uit. Integendeel; voor zijn vrienden, die hem kénden, was hij de hartelijkheid zelve. Onder hen die hij in een bui van drift wel eens 1) Van Deyssel, Gedenkschriften, blz. 243: „Niet alle mannen van '80 intusschen waren zoo ongenaakbaar als Kloos en ook b.v. schrijver dezes".

Sluiten