Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Moisa met den begin-regel „O, Vrouwe, o Ziel, o zachte bleeke Bloeme" eindigt met deze terzinen:

De goud-gelokte Muze, die mijn ziel

Voor eeuwig stiert aan 't snoer dier stralende oogen,

En met een lach ter-neder slaat en heft,

Gedoogt het niet dat aardsche minne treft

Wie eens, niet blikkend waar zijn droomen vlogen,

In stormend weenen aan haar voeten viel.

De boven alle zinnelijkheid uit-stijgende verheffing tot het Eeuwige en een belangelooze hartstocht voor de Kunst, die voor hem bet Eeuwige verbeeldde, die bestaan er dus van den aanvang af en ze blijven kenmerkend voor zijn poëzie, zijn geheele leven door. We mogen dan ook gerust zeggen: Wie het ideabsme in de erotische Verzen miskent, begrijpt er niets van. Dit is nu misschien reeds duidelijk en zal nog duidelijker worden door wat volgt. Intusschen bgt het voor de hand, dat sommige beden graag willen weten wie in Kloos de ideabstische erotiek hebben wakker geroepen. „As to real flesh and blood, you know that I do not deal in those articles", heeft Shelley eens gezegd tot de nieuwsgierigen die door de dichterlijke fantasie-aUeen niet bevredigd waren en wilden weten welke vrouw het was, die hij vereerd had in zijn Epipsychidion1). Dit was het beste antwoord dat hij geven kon, omdat de dichter altijd geheel iets anders maakt van de werkelijkheid, wanneer aandoening en verbeelding in hem tot hun hoogste potentie zijn gestegen. Natuurlijk is er een achtergrond; er zijn personen geweest die de sterke ontroeringen hebben gaande gemaakt. De dichter heeft heur namen nooit vermeld en dit zwijgen willen we eerbiedigen. We vragen dus niet: wie is of wie zijn de vrouwen die den jongen Kloos in vlam hebben gezet en zoo prachtige verzen hebben te voorschijn gelokt, omdat die verzen zelve meer beteekenen dan hun menschebjke aanleiding en de fantasie hier méér en beter is dan de dagelijksche werkelijkheid.

Toen ik eens behoedzaam op dit punt waagde te zinspelen, werd mij geantwoord: „Wat de Uefdeverzen betreft, daaromtrent is misschien het beste van toepassing Leigh Hunt's woord: Poetry is imaginative passion". Bij jonge schoonheid-zoekende en -bevende dichters spreekt de verbeelding altijd een groote rol" 2).

1) Zie Letter to John Gisborne, Pita, October 22, 1821: „The Epipeychidion ie a mystery, enz.

2) Brief van 30 Mei, 1932.

Sluiten