Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van uwe liefde en 't eeuwig lichtend lied". In de vroegere sonnetten is de elegische toon van het verloren geluk; hier niet.

10—19. Het Boek van Kind in God. Een Passie-spel.

Dit is de titel van een krans van tien sonnetten (Van Deyssel noemt ket Kloos' beroemdsten sonnetten-cyclus). Het thema is hier de rampzalige liefde voor een diep-vereerde vrouw, die korten tijd den dienter de begoocheling gunde van het hoogste geluk, zich daarna afwendde en hem neerstiet in de donkere hel van schreiende smart, waaruit hij zich tenslotte redde door zich terug te trekken en te verbergen in de gewilde starheid van een weergaloozen trots. De stemmingen dezer verzen wisselen voortdurend; de grondtoon is smart, die hier meermalen verscherpt wordt door het oproepen van de befebjkste herinneringen en gedróómde zabgheden.

Het inleidend sonnet is:

10. „O, bchte visioenen mijner jeugd!"

Op maat van zware melodieën zal stijgen de Apokalypsis van zijn donkren gloed: de bchte visioenen van zijn jeugd zijn voorbij en hij begroet zijn smart als het „Leitmotiv" van zijn verzen.

11. „Diep uit de nooit doordringbare gewelven"

Hij herinnert zich het vorsthjk woord van hare Liefde; beiden waren zij één Mysterie, maar het zwelgen van Tijd en Wereld heeft haar vlam versmoord. Smartebjk maar hoog-kalm stelt kij vast hun beider verschil: hij de God-op-aard, zij het Aardsche Kind, dat in onnoozelheid schond wat het niet begreep.

12. „Ik was uw Vader, ja, vol mededoogen",

Heel teeder dit sonnet als het gebaar van den man op Rembrandt's schilderij „Het Joodsche Bruidje". Ja, hij was als haar vader, maar zij heeft hem wreed bedrogen, enkel om wat weelde en vreugde die hij haar niet geven kon.

Nu is hij alleen, maar omringd door eigen goedheid gaat hij, als een Heibge gehuld in eigen bchtschijn.

13. „O, dat ik haten moet en niet vergeten!"

Hier klinkt de jammertoon van ondraaglijk verdriet. Hij kan niet vergeten, is Liefde en Haat tegebjk; hij heeft neergezeten in droef begeeren, is opgestaan met dreigend gillen. Kon hij maar

Sluiten