Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60. ,,'t Gewoel op 's levens heir-weg wierpt ge u tegen",

Dit sonnet is volgens een brief-mededeeling gericht tot Hélène Swarth.

't Gewoel op 's levens heir-weg wierpt ge u tegen,

O God-geslagene, en in wildé smart

Weest gij de wereld op uw bloedend hart,

En klaagt, en schreit, ten halve neer-gezegen ....

Men gaat voorbij; een enkle, die daar mart, Voelt zich het hart door eigen pijn bewegen En eigen vreugd; een ander tuurt en sart En hoont u in 't gezicht. Eén heeft gezwegen:

Die ééne is Kloos zelf, die de Liefde is gaan verfoeien, maar nu, weer geloovend, de banden, herdenkend, op haar blonde lokken legt.

61. „Ik ween om bloemen in den knop gebroken"

Het is de klacht over verdwenen geluk, 't Is alsof een vogel opeens ontwaakt, omdat de hemel gloeit, en dan zingen gaat, maar terstond is het weer donker, en droevig vloeit door het sluimerend gebladerte een zwakke klacht.

62. „Als een een-zelvig kind dat t'elken dag"

Zooals een kind dat na moeders dood zijn kleine bef en leed op een blad papier schrijft en dit dan op haar graf legt (de voorstelling is wat zonderling!), zoo zou hij ook graag voor haar die verre is, zijn levensboek openslaan, maar hij weet niet of zij alle bladen zal verstaan.

63. „Omdat mij andre en ouder banden binden"

Het is een zelfverdediging, omdat hij boven een vrouw, wie hij zijn vereering geschonken beeft, een andere heeft verkozen, die hem meer bef is.

64. ,,'t Was niet het op- en neerslaan van uw oogen",

Der Liefste bijzijn heeft hem verrukt, maar sprakeloos gemaakt. Hij heeft geen woord durven zeggen, uit vrees haar spot op te Wekken.

65. „Ik hield u dierder dan mij zelf, Ik had geen dierbaar zelf meer" ....

Hij heeft al zijn trots voor hare voeten geworpen. Zij was zijn

Sluiten