Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In een zelfde langzaam tempo volgen op elkander met gelijke tijdmaat (want I k is nauwelijks korter en minder betoond dan denk) vijf woorden, met twee verheffingen, op al- en u. Dit voortduren van den nadruk op elk dier woorden voelen we als een symhool; het suggereert de bestendigheid, het altijd-durende van het liefde-vol denken, wat de zin: „ik zal altijd van je blijven houden" heelemaal niet zou doen.

Het droom-karakter van het gedicht wordt dadelijk duidelijk aangegeven door het geaccentueerde woord droomen aan het eind van den regel.

Om de klankwaarde is aan „altoos" de voorkeur gegeven boven „altijd" omdat de oo dieper, inniger klinkt dan ij en de in de verbinding met de volgende vocaal in z overgaande s vloeiender, zachter aandoet dan de d.

In rustige jambenmaat gaat het sonnet verder met hier en daar de noodzakebjke accent-versterkingen:

Waarin een ganscken, langen, zaal'gen nackt Een nooit gezien gelaat ons tegenlackt, Zóó1) onuitspreek'lijk bef, dat bij het doornen Des bleeken uchtends, nóg de tranen stroomen

Het omsluierde, droomachtige voelen we, behalve door het trage tempo, door de „keuze" van klinkers en tweeklanken. De meeste zijn dof, diep of gedempt; de rijmklanken zijn oomen, acht; angen, aagt. Tegenover al die donkere en doffe of diepe klanken staat, symbobsch en suggestief, als hoogste, helderste geluid de woordverbinding zoo onuitspree k'1 ij k lief, evenals ket lachend nooit gezien gelaat opstraalt in den duisteren nacht. Met een fijn gevoel voor klank is aan uchtends de voorkeur gegeven boven ochtends.

Sonnet 2

In dit sonnet is meer rhythmische bewogenheid. Vier versregels beginnen met een trochee, vs. 2, 3, 5 en 7

Zooals daar ginds, aan stille, blauwe lucht,

2 Zilveren-zacht, de half-ontloken maan

3 Bloeit als een vreemde bloesem zonder vrucht, Wier bleeke bladen aan de kim vergaan,

1) Het accent is van Kloos.

Sluiten