Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk XII — HET PROZA — VEERTIEN JAAR LITERATUURGESCHIEDENIS, 1880—1893

I

f- KLOOS' BETEEKENIS ALS KRITICUS

DAT geen onder de kritici van de Tachtigers, althans in de eerste tien jaren, zulk een wijd-strekkenden en diep-werkenden invloed heeft gehad als Willem Kloos, is toe te ' schrijven aan een samenstel van eigenschappen die we kunnen samenvatten onder de woorden karakter en bekwaamheid.

Zijn karakter: Hij bezat den volstrekten ernst, de algeheele toewijding, waarmede groote menschen een groote zaak plegen te dienen. In zijn genialen eenvoud zocht hij niet in kleine ijdelheid zich zelf maar uitsluitend het welzijn van de Nederlandsche „Schoone Letteren" welke verkeerden in een toestand van hopeloos verval.

.Hij zou voor zijn deel zorgen, dat aan haar versmading een einde kwam. Daarvoor schreef hij zijn kronieken 1).

Zijn bekwaamheid: Merkwaardig was de rijpheid van zijn oordeel, de fijnheid van zijn gevoel en gehoor voor poëzie en als gevolg daarvan de besbstheid van zijn uitspraken, die onweerlegbaar waren en onherroepelijk 2). Men besefte dat bij sprak als deskundige, daar hij beschikte over het orgaan dat echt van onecht en schoonheid van valschen schijn te onderscheiden wist. Deze zeldzame aangeboren gave werd door een ruime belezenheid ondersteund, mits men „ruim" hier in betrekkelijken zin versta. Want hij had, toen hij zich opwierp als kriticus, aan zijn letterkundige vorming nog slechts de eerste band gelegd. Als een dichter, niet als een filoloog, had hij velerlei gelezen,

1) Zijn karakter als kriticus wordt later uitvoeriger besproken.

2) Hij was 22 jaar toen hij zijn Inleiding voor Jacques Perk's sonnetten schreef.

Willem Kloos. 11

Sluiten