Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Werkelijk, dit sijn infernale impressies, en 't is te begrijpen dat een der sonnetten, No. 96, begint met Dante's regel:

Laat alle boop, gij die bier ingaat, varen!

Gelukkig is ook voor Kloos deze bellevaart slechts tijdelijk geweest. Hij bleef voorloopig de dichter van een hartstochtelijke lyriek-inmineur, de aanbiddende minnaar, dien smart en verlangen voortdurend dringen om zich te uiten. Van de 265 1) gedichten, meest sonnetten, behooren er 113 tot den cyclus Adoratie, welke begint met No. 116 (CXVI), terwijl in het gedeelte vóór de Infernale Impressies, aanvangend met No. 92 (XCII), nog een dertigtal befde-verzen worden aangetroffen. Aan bet befde-thema zijn dus niet minder dan ruim 143 verzen, dat is verreweg de grootste helft, gewijd.

In de eerste uitgave, in de jaargangen van De Nieuwe Gids van 1895— 99, heeft Kloos zijn verzen met titels voorzien. Al zegt een titel weinig, toch is het weglaten ervan in Verzen II voor de overzichtelijkheid niet bevorderlijk. Eerst na nauwkeurig speuren en vergelijken met de oorspronkelijke uitgave, kan men in dezen bundel zijn weg vinden. De verzen, welke buiten de Liefde om gaan, zijn terug te brengen tot verschillende groepen. Het zijn natuur-impressies of religieuze, wijsgeerige en maatschappelijke bespiegebngen en ontboezemingen; voorts zijn er nog negen Duitsche sonnetten van 1879: Knabenklagen, en twee fragmenten van Okeanos, die dus buiten deze periode staan. In al de bovengenoemde onderwerpen blijft Kloos zich bewegen met een onverzwakt meesterschap, d.w.z. met technisch-beheerschte genialiteit.

De N a t u u r-g edichten.

Van deze, deels in Bussum, zijn woonplaats, deels in Ede ontstaan, als hij daar logeerde bij zijn vrienden Witsen, noemen we Herfstwind (101), October-onweer (102), Zonsondergang (103), Op het Balcon (104), Leven (105), November-avond (174), Op het Balcon II (175), Nederland (176), November-avonden I en II (187 en 188), Bloemen (191), Stille Nacht (192), voor C. W. H. Verster, Witte Bloemen (194), Decemberstorm (209), Avond-wandeling (216), Decemberstorm (245), Na den storm (246), Avond-storm (259).

1) In de nummering van Verzen II is een drukfout geslopen bij No. 173 (CLXXIII). Dit moet zijn CLXXVI. De bundel telt dus niet 263, maar 265 verzen.

Sluiten