Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het zonder nood leven kan. Wij allen, zegt hij, moeten regelen wat te regelen valt. Het bestaat hierin: ten spijt zoowel van revolutie-kraaiers als van behoudzieke egoïsten, het goede te doen, onder de oogen van de jonge Vronw uit bet buis Oranje, die weldra krachtig en onpartijdig hoog boven de twistende fractiën het bewind voeren zal. — Kloos dichtte deze sonnetten kort vóór de troonsbestijging van Wilhebnina. Is het niet of hij het programma geschetst heeft van de vele ontwaakte landgenooten, die thans krachtig ijveren voor een staatkunde, evenzeer bezield door nationaal zelfbesef als maatschappebjk verantwoordelijkheidsgevoel?

Een paar van deze sonnetten schrijf ik over: eerst het tweede (No. 108):

Komt, laat ons allen, vast aanééngesloten, Met kalm hoofd reeglen wat te reeglen valt, Eer straks de vijand, die de vuisten balt, In eigen land en ginds ons öm komt stooten.

Toonen wij hun ons als de waarbjk-grooten, Hèm, die sckel-luid van revolutie kalt, Als kèm, die de'Eeuwgeest tegendondert: „Halt" En 's werelds goed koudt in zijn kas gesloten.

Laat Wij8keidsstem losbreken in gezangen

Zwaar door der suffe egoïsmen gegons:

Doe 't goede en zie niet om, voor alle rangen,

Geef alle uitreeknende eigenbaat den bons,

Laat elk, naar wat hij doet, zijn loon ontvangen.

Zijn wij eerst één met 't volk, dan 't volk met dns!

109

Wat raad? Ziet hier, wat trouwbjk wordt geboön: Zij welvaart voor zijn werk aan elk bescheiden, Die zonder arbeid thans moet honger bjden, Of de armoê krijgt voor slavenwerk tot loon.

Geef welvaart aan ket volk, insteê van hoon, Geef 't volk geluk na 't eeuwenlange bjden, Dan zullen ze, als ons sterker deel, meê strijden Voor dees beschaving, die der eeuwen kroon.

Sluiten