Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van wie hij zijn vrienden waande; dat hij ondanks alles, zelfs na een korte pooze van de hachelijkste ontreddering, rich als dichter heeft hervonden, nog éénmaal door de wreede vreugden van een hopeloos liefdessmachten is doorbeten, maar nochtans, onverzettelijk trouw aan het beste dat in hem was, zijn stillen weg is gegaan:

Ik ben de Zoeker naar het Nooit-Behaalde, Ik ben de Strever naar het Ware Zijn, —

dat toen, kort daarna, de ongekende weelde hem te beurt is gevallen, ééne op.zijn levensweg te ontmoeten, die alles voor hem werd; dat hij zijn steeds sterker wordenden drang naar het Absolute gehoorzaam volgend, op hoogen leeftijd zijn gedachten over het Eeuwige vorm heeft gegeven met een vurigen ijver, een verheven ernst, welke niet onderdoen voor die der bezielde Profeten van het Oude Verbond.

. Vervolgens, dat hij-het-eerst ruimte beeft gemaakt voor een rechtvaardige en der zake kundige, een de schoonheid-aanvoelende letterkundige kritiek en aan de latere geslachten een poëtische theorie heeft nagelaten, welke als hulpmiddel ter beoordeeling nimmer baar beteekenis verbezen zal; dat hij zich in bet proza van zijn Kronieken waardig aansluit bij Busken Huet en Potgieter, maar in zijn beste werk aan zijn stijl een Latijnsche tucht en een veerkrachtigen zwier heeft kunnen verleenen, die zonder een geheel-doorvoelen van Cicero's rhythmischen periodengang niet te begrijpen zijn; en ten slotte — al moet worden toegegeven dat de ouderdom niet zoozeer zijn critisch onderscheidingsvermogen als wel rijn bondigheid van dictie heeft geschaad — ten slotte zal, hoop ik, de lezer hebben leeren inzien, dat de luchtig-geringschattende manier waarop vele beden den geheelen Kloos van na 1900 veroordeelen, niet anders dan eigen kortzichtigheid bewijst. Deels zijn dit recensenten die te weinig van hem weten, deels vertegenwoordigers van de conventioneele massa, die niet zelfstandig maar bij volmacht denken, daar rij leven op de gedachten der recensenten die zij goedgeloovig napraten. Hun manier van doen is overigens „in stijl": zij klopt volkomen met wat zich in de geschiedenis van ons moeizaam voortworstelend menschdom telkens als een wet herhaalt, al is het gebrek door de groote menschenkenners ook honderd maal gehekeld. Wat schreef Pierre Bayle, de scherpzinnige vader der Encyclopedie, in een zijner Remarques van zijn Dictionnaire Historique et Critique? Dat een aanzienlijk aantal onware voorstellingen eenvoudig berusten op domme naschrijverij zonder een spoor van zelfstandig

Sluiten