Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderzoek. En La Bruyère, de rake moralist, verklaarde kij niet in een zijner Caractères, dat het zeer de vraag is, of hoogheid van karakter, waarachtige verdiensten, voortreffelijke daden en schoone werken even zeker en vanzelfsprekend hun uitwerking hebben als afgunst, kwaadgezindheid en achterklap, omdat de menschen elkander nu eenmaal moeilijk verdragen? „II substitnent a la place de ce qu'on leur récite, de ce qu'on leur dit, ou de cequ'on leur bt, ce qu'ils auraient fait eux-mêmes en pareüle conjoncture, ce qu'ils penseraient ou ce qu'ils écriraient, sur un tel sujet; et ils sont si pleins de leurs idéés, qu'il n'ya plus de place pour celles d'autrui".

Kloos geniet niet de gunst der menigte, heeft geen klinkenden titel, geen maatschappelijke positie die meetelt; hij heeft alleen zijn buitengewone gaven als kriticus, als dichter enwijsgeerig zoeker en daardoor zijn groote verdienste voor onze letteren. Hieraan en aan zijn nobel, zuiver karakter ontleent hij zijn gezag en gerechtigde aanspraak op erkenning van alle Nederlanders, wien een hooger geestelijk leven ter harte gaat. Bestond er hier te lande iets als de Fransche stichting van Kardinaal De Richelieu, maar dan in het ideale en opperst-onpartijdige, een Tempel van den geest, waar de edelste handhavers van Kunst en Wetenschap, de sieraden van onze cultuur, elkander ontmoeten konden, Willem Kloos mocht in dit doorluchtig gezelschap niet worden gemist.

Sluiten