Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten" en „harde".

Want het komt vaak voor, dat gezegd wordt dat elke beïnvloeding tenslotte dwang beteekent. Met het beeld dat ik gaf heb ik getracht verschil te maken tusschen de „harde" kracht die bij de botsing optreedt en de „zachte" die „trekt". En ... „de zachte krachten zullen zeker winnen in 't eind".

Tot hiertoe heb ik mij er toe bepaald te spreken over het doel van de opvoeding en de taak van de opvoeder voor de vorming van de mensch als zich vrij ontplooiend individu. Daarbij kwam evenzeer naar voren de „ontwikkeling naar aard en aanleg" als de gebiedende noodzakelijkheid van „innerlijke tucht.'

Hier mogen we echter niet blijven staan.

De mensch mag niet slechts beschouwd worden als enkeling, als de individueele persoonlijkheid die zich uit zijn „ik-punt" naar aard en aanleg ontwikkelt. Hij kan en moet evenzeer gezien worden als deel van het groote geheel, als deel dus ook van de gemeenschap die hem omgeeft en die hij samen met andere menschen helpt vormen.

Nu lijkt deze mensch, aldus beschouwd als gemeenschapswezen, heel iets anders dan de mensch als zich ontwikkelend individu. En toch is het dezelfde mensch. Maar onze gedachte, die bij het denken aan de eerste naar buiten gericht is, wordt omgekeerd (dus naar binnen gericht) wanneer wij aan de tweede denken.

Voor het geval een lezer mijn terminologie hier niet mocht begrijpen, een beeld: denk ik mij om mij heen een doorschijnende bol, dan kan ik de vraag stellen: „is dat boloppervlak hol of bol?" Het antwoord is dan natuurlijk, dat het voor mij als ik naar buiten schouw