Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren en planten; in huis werkjes verrichten; zijn kleeding eischt het leeren van bepaalde handelingen; ook de maaltijden enz. Dan leert het schrijven, lezen, zingen, teekenen .. . men ziet het, juist al de vakken van de 1 e groep zooals die staan aangegeven, al wordt dan natuurlijk elk vak afzonderlijk verder uitgebouwd, zooals bij schrijven waar er stenografie, en bij lezen waar er declamatie aan wordt toegevoegd.

Als het kind ouder wordt, heeft het de taal noodig om zich volledig te kunnen uitdrukken.*) Hierbij had ik eigenlijk met Nederlandsen moeten beginnen. Ik heb echter de „oude talen" Grieksch en Latijn laten voorafgaan, vanwege de groote invloed die zij hebben gehad op de Europeesche cultuur. Om dezelfde reden komt Esperanto nog later, omdat het uit de andere talen is ontstaan; dit niettegenstaande het feit, dat wij het voortaan aan alle kinderen als eerste vreemde taal willen geven.

In een volgende ontwikkelingsphase ziet het kind om zich heen, en begint indrukken te krijgen van de aarde met zijn levende wezens: Het speelt in het zand, vindt steentjes, graaft in de tuingrond, leert de weersverschijnselen kennen, ziet planten, dieren, leert ze in hun gedragingen kennen en doet zijn eerste ervaringen op met zijn eigen lichaam en op het gebied van de gezondheidsleer (groep 3).

En dan, als het nog ouder wordt, heeft het wiskunde (groep 4) noodig om studie te kunnen maken van, dus zich te verdiepen in de stoffelijke wereld (groep 5). In groep 4 komt eerst het rekenen; daarna komen de andere

1) Natuurlijk hoort de taal feitelijk ook bij de expressievakken, - daar hij het expressiemiddel bij uitnemendheid is. Om praktische redenen echter is van „taal en talen" een aparte groep gemaakt.