Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vakken, in de volgorde, waarin zij meestal optreden in het leven van de leerling der middelbare school. In groep 5 is, zooals dat ook elders telkens beproefd is, gewerkt van het concrete naar het abstracte. Eerst komt de kosmografie en de sterrenkunde die feitelijk het heele gebied van de stoffelijke wereld omvat, en die tevens in zijn meest elementaire vorm datgene behandelt (zon, maan, sterren), wat zelfs kleine kinderen al heel gauw leeren kennen van de materieele wereld als geheel. Dan, als we meer tot de onderdeden afdalen, komt eerst de natuurkunde, welker verschijnselen voor het kind eerder toegankelijk zijn dan de er op volgende scheikunde. Daarna pas volgt de mechanica met zijn wiskundig-abstracte denkwijze, en ten slotte wat ik genoemd heb de „bedrijvenkennis" als toegepaste wetenschap.

Pas als het kind aanmerkelijk ouder is (zeg 15 a 16 jaar) zal in den regel ,,de mensch in de maatschappij" *) hem gaan interesseeren. Vandaar dat „mensch en maatschappij" de 6e groep vormt. Ik ben al jaren er van overtuigd, dat geschiedenis als zoodanig in 't geheel geen vak voor kinderen is. Zij missen in normale gevallen èn de belangstelling èn het noodzakelijke inzicht en de tijdservaring om historische processen als abstractie te kunnen volgen en het relatieve belang ervan te kunnen waardeeren. Wel kunnen zij geboeid worden door verhalen uit alle tijden der menschheidsontwikkeling, kan het leven van groote persoonlijkheden van alle eeuwen hen bezielen en kunnen zij tot navolging geprikkeld worden door het hooge voorbeeld van wie zij als helden vereeren, maar de echte geschiedenis zal pas voor hen kunnen gaan leven

1) Dit in tegenstelling met de mensch beschouwd als levend wezen, boven reeds genoemd bij groep 3.