Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 1 cm., waarop de „opteltafels" staan. Deze moeten gelegd worden op kaartjes waarop de uitkomsten staan. Controle op de onderkant van de blokjes.

Hetzelfde hebben we voor de andere hoofdbewerkingen.

.Optelapparaa t". Een wijzer met handvat kan gericht worden op een van de getallen 1 tot en met 9. Wordt hij dan teruggebracht op 0, dan neemt hij een schijf mee, doordat deze rondom van tandjes is voorzien. Een merkteeken op de schijf gaat daardoor steeds verder de cirkel rond, en geeft op een schaalverdeeling de gewenschte controle van de herhaalde optelling.

„R ekenblokjes met meetcontról e". Dit zijn balkjes, in doorsnede 1 X 1 cm. en met lengten van 1, 2, 3, 4 enz. tot 10 cm. Een staaf van 50 cm. met verdeeling in cm. geeft de controle van herhaalde optellingen en aftrekkingen met de getallen tot 10. Tevens is dit een ongemerkte voorbereiding voor de eerste behandeling van lengtematen. Bij deze rekenblokjes behooren „produktplankjes" van 2X10 cm., 3 X 10 cm. enz.

„Taf elschuif". Een kaart met de uitkomsten van de 10 tafels van vermenigvuldiging in 10 rijen (de „tafel van Pythagoras"), opgeborgen in een hoes,op de rand waarvan de getallen 1 tot 10 staan. Moet een kind opzoeken hoeveel 6 X 7 is, dan trekt hij de kaart uit de hoes tot de 6 juist zichtbaar is in de bovenste, horizontale rij van de kaart. Dan kijkt hij naast de 7 op de vertikale rij van de hoes en ziet daar naast op de kaart 42 staan. Op de achterkant van de kaart staan 10 rijen gekleurde rondjes, zoodat daarmee de gelijkheid van 6 X 7 en 7x6 duidelijk gedemonstreerd worden kan.

„Deelkransjes met deeler s". De leermiddelen voor het deelen demonstreeren in den regel niet de