Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

even goed gezien worden als vrucht van het Leven dat uit een punt opbloeit, als van de scheppende straling, die uit het Geheel het „ik" bezielt. Ja het gebeuren is geloof ik het samentreffen van de ontwikkeling van uit het punt buitenwaarts en de voorbereidingen in het Al binnenwaarts.

Onze persoonlijkheid, gehuisvest in ons lichaam heeft teen oneindige vóór-geschiedenis en een oneindige nageschiedenis. „Eér Abraham was, ben ik" is een woord Idat elk denkend mensch uiten zal. Mijn lichaam beweegt zich door de ruimte en de tijd, het beweegt zich door het Tijdruimtelijke. Als ik terugga naar het verleden, zie ik als een „kosmisch kielzog" de sporen van mijn vorige bestaansvormen. Door de jaren heen ben ik gegroeid tot kiemcel, en van kiemcel tot mijn gestalte van dit oogenblik. Dit grooter wordend lichaam bewoog zich in een eigenaardige baan door de ruimte. Het maakte kleine krulfiguren als gevolg van de dagelijksche aswenteling der aarde; deze waren samen opgenomen in de groote schroeflijn die de aarde beschrijft als gevolg van zijn draaiende beweging om de zon en de rechtlijnige van de zon-zelf. Terwijl „ik" zoo die wentelingen door de ruimte maakte, en onderwijl mijn lichaam zwol tot zijn uit-millioenen-cellen-bestaande vorm-van-het-oogenblik, ging „ik" door de tijd en plukte daar de ervaringsvruchten van. Maar vóór dat mijn kiemcel zich ging deelen, was ik toen niets? Moet niet die groote kielzogworm, die zich daar kronkelt tusschen de sterren, in het verdere verleden zijn begin hebben, zooals een boom ver-rondom zijn fijne wortels uitstrekt?

Enkele honderden millenniën geleden pas, kan de menschheid als geheel begonnen zijn. Tot zoover kan in elk geval in het verleden de draad van ons levensbestaan