Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

millioenen in de Wereldoorlog, het ongeholpen smachten naar het aüernoodigste van ontelbare armen en verdrukten daarna, is het gevoel meer dan ooit verstrekt, dat de gebruikte woorden geenszins de werkelijkheid beschrijven, en is bij de zeer velen het felle en begrijpelijke verzet ontstaan tegen de godsdienst, die zij in die vorm terecht zien als „opium voor het volk."

Steeds meerderen zijn ook de onmogelijkheid gaan voelen van het stichten van een kerk of kerken die diegenen zouden bevatten die volgens de leer van Jezus leven zouden. Want dat kan immers niemand ten volle? Ieder moet en mag het doen tot op de hoogte die aan zijn groei beantwoordt, niet minder en niet meer. Maar het „tot hiertoe ga ik en niet verder" is toch voor geen twee menschen in absolute zin hetzelfde? Een ieder moet toch „in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd" zijn? En niemand kan dan toch een ander oordeelen, die de lijn ergens anders trekt? Ook hierin is het absolutisme als onhoudbaar voor de in de betrekkelijkheid levende mensch veroordeeld, en voelen de velen dat er nooit een organisatie zijn kan en mag, die menschen vereenigt, die zich achter Jezus scheuren. (Het is trouwens merkwaardig genoeg, dat hij zelf nooit zoo'n organisatie stichtte).

Steeds meerderen verder zijn het gaan inzien, dat elk streven om in leerstellingen voor anderen vast te leggen wat zij gelooven moeten, van te voren reeds tot falen] gedoemd is. Zeker: leerstelligheid, dogmatiek is er altijd en overal daar waar een mensch met stelligheid iets geleerd heeft. Maar hij mag zich niet verbeelden dat dit het „laatste woord" zal zijn, zeker niet voor anderen dan zichzelf.

Dus het Neo-Christendom erkent geen „God", geen „kerk", geen dogma, dus ook geen professie, geen litur-