Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afb. no. 4). Ter gelegenheid van dit heugelijke feit zou een steen zijn ingemetseld, met het opschrift:

In het Jaer 1599, sonder confuis, heeft Jan Claessoen den eersten steen gelegt van dit Huis.

Zooals in die dagen te doen gebruikelijk was, werd in een anderen steen, het doel der inrichting aangeduid en wel aldus:

De Heeren van de Stadt hebben bedogt, Dit Huis te bouwen. Voor Mans en Vrouwen,

Die met de gave Godts sullen werden besocht.

Met „de gave Godts'' wordt in dit opschrift bedoeld, de gevreesde pestziekte. Het behoeft niet tot de onmogelijkheden te behooren, zooals ook reeds hierboven is opgemerkt, dat in het Pesthuis tevens andere besmettelijke zieken werden verpleegd. Dat de inrichting kortweg werd aangeduid als „Pesthuis ", komt overeen met hetgeen zich heeft voorgedaan in andere steden, waar de stadsregeering zich ook verplichi gevoelde maatregelen tegen deze ernstige ziekte te nemen, de vreeselijke plaag, die meermalen West-Europa teisterde en toentertijd de „Zwarte Dood" genoemd werd.

Als jaren, waarin de pestepidemie hevig heerschte, worden vermeld: 1602, 1603, 1624, 1635, 1639 en 1662. In 1624 zouden door den binnenvader en de binnenmoeder een paar geschilderde glasruiten zijn geschonken. Deze beide in loodgevatte ruitjes bevinden zich nog, zij het ook beschadigd, in het Museum van Oudheden te Rotterdam.

De afbeelding no. 5 doet zien, dat de pest in dat jaar wel hevig heeft gewoed, i) Na 1662 zijn geen belangrijke epidemieën meer opgeteekend. Wel is door de kroniekschrijvers geconstateerd geworden dat, toen in 1662 een ernstige epidemie was uitgebroken in Amsterdam, deze niet te Rotterdam heeft geheerscht.

De vrees voor deze gevaarlijke ziekte was echter zóó groot, dat nog in 1696 plannen werden ontworpen tot vergrooting van het Pesthuis, hetwelk bouwvallig begon te wor-

1) In de korte beschrijving van de stad Rotterdam van P. de Raadt is o.a. genoteerd:

..In 1624 wasser binnen Rotterdam groote pestilentie, en waren in 't Pesthuis van den 8 April 1624 tot den 25 April 1625 gecomen 663 sieke menscnen waeraf datter 332 sijn gestorven en 331 zijn genesen."

De cijfers stemmen niet overeen met die genoemd in de glas-in-loodraampjes, doch door deze notitie wordt wel bevestigd, dat er toen een zeer ernstige epidemie heeft gewoed.

Sluiten