Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om den anderen dag met water moeten doen doorspoelen, als mede het geheele huis behoorlijk schoonhouden.

Art. 24. De binnevader of binnemoeder zal des morgens bij het klaarmaken van de spijs in de keuken zich moeten bevinden en zorgdragen dat de spijzen volgens de orders deswegens bereids gesteld of nog te stellen, worden toegedient en behoorlijk werden gepraepareerd, alles op zijn menageuste behandeld en er niets van verwaarloosd wordt.

De binnevader en binnemoeder zullen voorts acht geven op de nooddruft en speciaal op de kleeding en gereedschappen en generalijk op het geene in het huis noodig is en alle het zelve wel bewaren en gadeslaan.

Art. 26. Zullen ook van alle hetzelve houden pertinente notitie en tot verantwoordinge van dien ten allen tijde verplicht zijn en bijzonderlijk ten einde van hun dienst en zullen dezelve ten alle tijde aan de regenten en regentessen des gerequireerd wordende moeten vertonen en daarvan visie geven.

Art. 27. Zullen niet vermogen in te koopen eenige kleeding, nooddruft, gereedschappen en wat verder in het huis nodig is, anders dan op speciale ordre van regenten.

Art. 28. Wanneer de geconfineerdens komen te misdoen, 't zij met toeleg om uit te breken, het zij met het plegen van baldadigheid of insolentiën, zullende daarvan aanstonds en zonder uitstel aan den praesis der regenten kennis moeten geven en vervolgens verplicht zijn, in het corrigeren de ordres van regenten stiptelijk na te komen en te achtervolgen.

Art. 29. De binnevader en -moeder zullen boven 't geene hier voren aan hen is toegelegd, genieten behoorlijke kost en drank, mitsgaders vuur en ligt ter quantiteit als bij regenten zal worden goedgevonden.

Art. 30. De binnevader of -moeder zullen geen geconfineerdens 't zij mans of vrouwspersonen in hunne dienst mogen gebruiken dan met speciale kennis en consent van de regenten en regentessen, doch zullen hen, buiten hun kosten, drie knegts, waarvan een de bakkerij en het geen daartoe behoord tevens zal moeten waarnemen, een keuke en een werkmeid worden toegevoegd dewelke ook gehouden zullen zijn de regenten en regentessen in zake het huis betreffende te gehoorzamen en te dienen.

Art. 31. De binnevader en binnemoeder zullen boven hunne inwoning, kost en drank en de voordeden hierboven gemeld, mitsgaders vrij gebruik van tafelgoed en beddelinden, nog genieten, gedurende het leven van de weduwe van de overledene vader Peltenburg een somma van ƒ 200.— en na haar overlijden alsdan een somma van ƒ 300.— jaarlijks.

Art. 32. Zullen niemand bij de geconfineerdens mogen laten komen dan op vertoning van een handschrift of mondelinge permissie van een van de regenten daar toe consent

Sluiten