Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIL DEN HAAG GERAAKT IN VERVAL.

Eind September van het jaar 1549 was Den Haag in feestdos. Men verwachtte Philips, den zoon van Karei V, op zijn reis door de Nederlanden, teneinde hem als toekomstig landsheer te huldigen.

In Den Haag hadden de inwoners hun beste beentje voorgezet om den hoogen gast te ontvangen met al den luister, dien men aan zijn rang verschuldigd was.

Na het luiden van den raadhuisklok, die de belangstellenden naar de Groenmarkt had opgeroepen, was de secretaris uit het oude, bouwvallige schepenhuis naar voren getreden, om hun voor te lezen, wat de achtbare heeren van de wet, de schepenen, daarbinnen hadden bevolen, in verband met de „blijde incompste" van den prins van Spanje.

De menschen, die in het Zuideinde (Wagenstraat), de Veenestraat en de Plaats woonden, moesten hun huizen versieren met tapijten, die uit de ramen gehangen werden; beelden moesten voor de huizen gezet worden en de straten met groen versierd.

Maar dat was nog niet alles. Er werden werklieden uitgestuurd, om den verwaarloosden Rijswijkschen weg met puin, gruis en afval in wat beteren staat te brengen.

De grafelijke vertrekken van het in de laatste jaren zoo stille „Binnenhof" werden in groote haast voor den hoogen gast in gereedheid gebracht. Een tiental kloosters in Den Haag en Delft leenden hun bedden, dekens en lakens, die Phihps met zijn groot gevolg van ridders en edelknapen zou noodig hebben.

Den 26sten September was de Prins te Dordrecht, in rang de eerste stad van Holland, die toen al 11.200 inwoners

Sluiten