Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WEZEN DER KENNIS*)

DOOR

Prof. Dr. R. R. WELSCHEN O.P.

(Voordracht van 13 Maart 1933).

We weten allen eenigszins wat kennen is, hetzij wij ontwik' keld zijn of niet. Kennen is leven, maar het is iets anders dan voeding en groei en het valt niet samen met begeeren, beminnen of haten.

Als we ons afvragen wat kennen is, zoeken we niet naar iets, wat ons volkomen onbekend zou zijn. We moeten echter den inhoud van die vage, onvolkomen idee nader trachten te bepalen en het bijkomstige afscheiden van het wezenlijke.

Kennen is een levensdaad en als zoodanig een immanente, onovergankelijke verrichting. Kennen is geen overgankelijke handeling zooals b.v. bouwen, schilderen etc., uitgaande van een werken en overgaand op een ander wezen, waardoor dat andere wezen bewerkt, veranderd, vervolmaakt wordt.

De kendaad wordt voltrokken in dengene, die kent en het gekende voorwerp is op eenige wijze in den kenner.

Kennende wezens zijn onderscheiden van niet'kennende, doordien zij behalve hun eigen natuurhjk zijn, bovendien het Zijn van andere dingen in zich kunnen bezitten. Krachtens een min of meer onafhankelijk zijn van de stoffelijkheid, is een kennend wezen minder begrensd, niet uitsluitend afgesloten in Zijn eigen wezen, maar het kan zich verrijken met het zijn van andere dingen zonder schade of corruptie noch van zijn eigen natuurhjk, individueel zijn, noch van het andere, dat in den kenner op hoogere wijze het andere blijft.

) Hier is slechts een korte samenvatting gegeven der gehouden voordracht. Zij zal, uitgebreid en van aanteekeningen voorzien, verschijnen in de reeks „Wijsgeerige grondbegrippen".

Sluiten