is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten opzichte van het Nederlandsche handelsonderwijs heeft de regeering lang naar een grondslag gezocht. Aanvankelijk is getracht deze te vinden in het vakonderwijs, blijkens een wetsontwerp op het vakonderwijs, dat in 1915 werd ingediend, doch niet aangenomen. De grenslijn door Thorbecke getrokken, n.1. dat bij „professionneele instructie" de oefening in het verkrijgen van handvaardigheid op den voorgrond stond, werd in dit ontwerp ter afscheiding van het middelbaar onderwijs gebruikt. Daar echter bij het handelsonderwijs het aanbrengen van kennis en inzicht werd nagestreefd, paste het niet in deze wet en het werd er dan ook spoedig uitgelicht. Gebrek aan voldoende kennis van het handelsonderwijs was aan de opneming in het ontwerp waarschijnlijk niet vreemd geweest. De gedachte, dat in het handelsonderwijs de beroepsopleiding op den voorgrond staat, heeft wellicht in sterke mate de houding van de regeering bepaald. Doch men maakte hierbij de vergissing, dat de handel geen beroep is, dat aangeleerd kan worden, en bovendien, dat de vooropleiding voor den handel slechts in geringe mate de beoefening van handvaardigheid eischt; des te meer echter het aanbrengen van kennis en inzicht. Ten deele een andere kennis echter dan bij het onderwijs op het gymnasium en de hoogere burgerschool op den voorgrond treedt en wel kennis en inzicht in maatschappelijke verschijnselen en oefening in het practisch gebruik der moderne talen1). *

Een andere poging om een grondslag voor het handelsonderwijs te vinden was het streven om dit onderwijs in een afzonderlijke wet te brengen. De Staatscommissie ingesteld bij K. B.

i) In dc kringen van het middelbaar onderwijs heerschen omtrent het handelsonderwijs vaak vreemde begrippen. Dat bij dit onderwijs de theorie zooveel mogelijk met de practijk in verband wordt gebracht, vindt men een voldoende reden om hel op een anderen wettelijken grondslag te plaatsen, dan dat van het gymnasium en de hoogere burgerschool. Men ontkent hierbij het algemeen vormend karakter van het handelsonderwijs en denkt beurtelings aan vakonderwijs in bovengenoemden zin en beroepsopleiding. Om het karakter van het handelsonderwijs aan te geven, wijst men op het onderwijs in handelscorrespondentie, in stenographie en machinesclirijven, dat meermalen in het handelsonderwijs betrokken wordt Doch de bestudeering en beoefening van den briefstijl, ook zooals deze in den handel wordt of behoort te worden toegepast, streeft het geven van inzicht na, behoort dit althans te doen. Bij vakken als stenographio en machineschrijven wordt de handvaardigheid aangekweekt, evenals bij het schrijven. Dergelijk onderwijs, dat ongetwijfeld van practische beteekenis te, karakteriseert echter het handelsonderwijs niet Op een school met een vijfjarigen cursus worden van de ± 165 uren per week in de 5 leerjaren voor de beoefening van den briefsüjl 2 a 3, voor stenographie en machineschrijven eveneens ongeveer zooveel uren uitgetrokken; dit laatste onderwijs is bovendien meestal facultatief.