Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I 20 AUGUSTUS 1672.

Het jaar 1672 is in onze geschiedenis bekend als „het rampjaar". In dat jaar begonnen Frankrijk en Engeland, gesteund door den Bisschop van Munster en den Keurvorst van Keulen den oorlog tegen ons land. En onze Republiek, die eens zoo machtig was, scheen een wissen ondergang tegemoet te gaan. Het leger was zeer slecht in orde, zoodat er bijna geen middelen waren, om zich tegen deze machtige vijanden te verdedigen.

In dezen allermoeilijksten tijd riep het volk weer om Oranje. In Veere begon de beweging ten gunste van Prins Willem en binnen een week, nog in het begin van Juli, was Willem III tot stadhouder van Holland en Zeeland verheven.

Het volk was echter niet tevreden met de verheffing van den Prins. Het gaf de schuld van den slechten toestand, waarin de Republiek verkeerde, aan de gebroeders De Witt. Men schold ze voor verraders en meende, dat hun ondergang mee zou helpen, om het land te redden.

Een zekere Tichelaar, barbier te Piershil — in het land van Putten — beschuldigde Cornelis de Witt. Hij zeide, dat deze hem had willen omkoopen tot het plegen van een aanslag op den Prins van Oranje. Cornelis werd daarop gevangen genomen en naar Den Haag gevoerd, waar hij in de Gevangenpoort werd opgesloten. Men kon hem echter — ondanks de wreedste pijnigingen — niet tot „bekentenis" brengen. Hij werd dan ook niet ter dood veroordeeld, zooals men graag gezien zou hebben, maar vervallen verklaard van al zijn ambten en waardigheden.

Zaterdag 20 Augustus, omstreeks half negen, maakten de

Sluiten