Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIL DEN HAAG ALS WOONSTAD.

Jullie weet nu, hoe onze stad, de derde stad van Nederland, als een klein dorpje is begonnen. Omstreeks het jaar 1400, toen Dordrecht, de grootste stad van Holland, 8200 zielen telde, had Den Haag niet meer dan 1300 inwoners. Een eeuw later was de bevolking gestegen tot 5500 en in 1564 woonden hier al 9300 menschen. Ten tijde van Frederik Hendrik waren er ± 16 600 Hagenaars. Een eeuw daarna (1732) was het getal inwoners gestegen tot 38 900. En toen in 1795, kort voor het vertrek van Stadhouder Willem V een algemeene volkstelling gehouden werd, bleek, dat 's-Gravenhage 41 200 inwoners had.

Napoleon voerde ook in ons land de registers van den burgerlijken stand in, d. w. z. alle huwelijken, geboorten en sterfgevallen moesten ten stadhuize ingeschreven worden in aparte boeken. Dat gebeurde vóór dien tijd niet. En sedert 1830 worden er om de 10 jaar over het geheele land volkstellingen gehouden, terwijl na 1850 voor alle gemeenten van het land het bijhouden van een bevolkingsregister is voorgeschreven. Daardoor weten we met vrij groote zekerheid het aantal bewoners van elke stad en elk dorp in zeker jaar.

Elk jaar worden die cijfers door het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat in Den Haag gevestigd is, verzameld en bekend gemaakt.

Met behulp van die jaarcijfers hebben we van de toeneming der bevolking van s-Gravenhage van 1830 tot 1930 een beeld gegeven. Zoo'n staatje, als hiernaast is afgedrukt, heet een graphische voorstelling; d.w.z. een geteekende voorstelling. Men noemt het in den regel kortweg een graphiek. — De onze is al heel gemakkelijk te lezen. De dikke lijnen geven door haar lengte aan, hoe groot in een zeker jaar het aantal inwoners was; niet in een vol getal, maar in duizendtallen. Onder elk

Sluiten