Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. de veiligheid en de vrijheid van het wegverkeer te beschermen tegen een onredelijk gebruik der openbare wegen door motorvoertuigen, welke t.g.v. buitensporige afmetingen (totale lengte, hoogte en/of breedte of door het aantal achter het trekkend motorrrijtuig gekoppelde aanhangwagens) redelijkerwijze op den weg niet toegelaten behoorden te worden.

In Nederland vindt men, in de Motor- en Rijwielwet van 1905, eienige artikelen (n.1. de artt. 3, 4, 7 en 8), welke in den loop der jaren ten dienste van het treffen van de noodige maatregelen ter bescherming van den weg en van het overige wegverkeer tegen overdadig gebruik van den weg door vracht-automobielen (en z.g. aanhangwagens) zijn opgenomen.

In de hierboven bedoelde en tusschen haakjes opgenoemde wetsartikelen was n.1. bepaald, dat de Minister van Waterstaat de bevoegdheid bezat wegen gesloten te verklaren ten aanzien van motorrijtuigen, welke zekere maximum afmetingen te boven gingen en/of een zeker totaal gewicht overschreden.

Gelijke rechten werden aan de overige wegbeheerders toegekend en wel aan de Gemeenteraden ten aanzien van de Gemeentelijke wegen binnen de bebouwde Gemeente-kommen en aan Gedeputeerde Staten van elk der Provinciƫn ten aanzien van alle overige openbare wegen.

Elke wegbeheerder had bovendien het recht van een eenmaal ingesteld rijverbod een ontheffing te verleenen; dit geschiedde in den regel ook, echter onder vaststelling van enkele voorwaarden, waaraan moest worden voldaan; de voorwaarden hielden in den regel verband met:

1. het maximum te vervoeren gewicht aan lading of de maximum toegelaten totale wieldrukken,

2. de maximum rijsnelheid,

3. de te bezigen soort wielbanden,

4. de maximum afmetingen van het betreffend motorrijtuig, en

5. het aantal achter het trekkend motorrijtuig toegelaten aanhangwagens.

Bij Koninklijk Besluit van 30 April 1927 (Staatsblad No. 143) werd het tegenwoordig gewijzigd Motor- en Rijwielreglement inge-

Sluiten