Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het fascisme daarentegen noemde zijn theoretisch orgaan, waarlijk niet zonder opzet, „Gerarchia” „Hiërarchie”. Binnen de enge grenzen van het nationalisme verdedigde het een rangorde die de intellectueelen en middengroepen moest bevredigen. Tegen die rangorde verzette het proletariaat zich, terwijl het kapitalisme dit streven naar een hiërarchie als een kinderachtigheid beschouwde, waaraan men te gelegener tijd een einde zou maken, doch die men voorlopig moest steunen omdat het zich tegen de arbeiders richtte.

Zo zien we in de periode na de fabrieksbezetting een aanval op de arbeiders, die van de fascisten uitgaat, en die welwillend gade geslagen of gesteund, of in ieder geval met onverschilligheid geduld wordt, door allen die niet-proletarisch voelen en denken. De grote wonderolie- en ranselcampagne begint. In die campagne verzamelt het fascisme alles wat van ranselen, mishandelen en plunderen houdt, om zich heen: verlopen frontsoldaten en de onderwereld. Mussolini heeft het gevaar van dit soort „succes” wel degelijk gezien, en hij heeft er zelfs een ogenblik over gedacht zich uit de beweging terug te trekken, die in een knokploeg scheen te ontaarden. Niet omdat hij tegen het geweld was, maar omdat hij besefte dat een bandeloze bende geen toekomst zou kunnen hebben. Juist omdat het idealistische deel van zijn beweging slechts langzaam groeide, het bandieterige deel daarentegen vrij snel, zocht hij verbinding met groepen die arbeid, orde en discipline schenen te kunnen waarborgen, ook met de reformistische socialisten.

Doch de groei van z’n beweging maakte hem weldra tot een bondgenoot die door de kapitalisten, de conservatieven, de hogere bureaucratie, de militairen, als van waarde werd beschouwd. En deze groepen kunnen hem, zo beseft hij, in twee opzichten van dienst zijn. Ze kunnen hem de regering in handen geven en ze kunnen hem helpen, als hij eenmaal hoofd van de regering is, het fascistisch gespuis in toom te houden. Zo sluit hij een overeenkomst met die groepen, die hem in October 1922 de macht in handen geven, d.w.z. hem tot Minister-president laten benoemen, die in een coalitie-regering en met voorlopige uitschakeling van het parlement, de zaken zal kunnen regelen. Dit gaat gepaard met een hoeveelheid theatraal gedoe, naar de smaak van de Italianen, Mussolini niet uitgezonderd, welk gedoe onder de naam van „mars op Rome” en „fascistische revolutie” bekend is gewor-

Sluiten