Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit voorbeeld is vermoedelijk voldoende om te bewijzen, hoe voorzichtig men moet zijn, als men het fascisme naar zijn „ideeën” beoordeelt en er ideeën-geschiedenissen van wil gaan schrijven. In werkelijkheid komt men er dan toe, iedere inval van met het fascisme sympathiseerende, in hun eigen gefilosofeer verward geraakte, intellectuelen, tot in het oneindige in verbinding te brengen met alles wat in de studeerkamers — en in de salons — wel eens aan invallen gedebiteerd en tot redeneringen en systemen ineengevlochten is. Men daalt dan af in het moeras der,.ideologie”, (waarbij het woord ideologie gebruikt moet worden in de zin, die Napoleon er aan gaf: gezwets van lieden, wier handen verkeerd staan, en die zich te voornaam achten de maatschappelijke krachten te bestuderen en er rekening mede te houden) en men is dan, èn voor het denken, èn voor het handelen verloren. Is de ideoloog b.v. katholiek, dan vindt hij in het corporatisme (dat aanknoopt bij opvattingen van katholieke sociologen als Le Play, bij de meestal monarchistisch gezinde bewonderaars der middeleeuwen, bij de sociale encyclieken), een touwladdertje, waarlangs hij zich naar het fascisme kan slingerenx)—zonder natuurlijk te bedenken, dat het fascisme zelf een heilsleer is en dus geen enkele andere heilsleer, en geen enkele andere kerk, naast zich kan dulden. Dat het fascisme het Christendom, het Katholicisme en de Roomse Kerk moet vernietigen, is voor zulke „gelovige Katholieken” in het geheel geen bezwaar, want de één of andere Führer heeft bij de één of andere gelegenheid wel eens gezegd, dat hij op de grondslag van het positieve Christendom staat, en alleen maar bezwaar heeft tegen het „politieke Katholicisme” — d.w.z. het Katholicisme, dat zich in de maatschappij wil doen gelden, dat dus wil leven — en dat is voor onze ideoloog voldoende, om van een „synthese” van fascisme en katholicisme in de „corporatieve staat” te dromen en intussen in zijn omgeving een welwillende stemming voor het fascisme te scheppen.

Zo kan ook de Hegeliaan tal van bruggetjes vinden, die van Hegel hetzij via de Staat, of via de Idee, die zich in „het volk” verwerkelijkt, of op een andere manier, naar het fascisme leiden, dat dan alweer een étappe is in de gang der geschiedenis, die, zoals men weet, volgens Hegel een groeien naar de „vrijheid” is. Voor de

1) Ken typisch voorbeeld hiervan is het essay over het fascisme, dat de Katholieke fascist, Dr. Em. Verviers schreef in de bundel „Waar gaan wij heen?" (Amsterdam, 1934).

Sluiten