Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het noodlot van het liberalisme ligt hierin, dat een wereldlijk evangelie, óf tot werkelijkheid moet worden, een uitdrukking moet vinden in partijen, in regeringen, in staatsinstellingen en maatschappelijke instellingen, in volkswelvaart en volksbeschaving, óf ophoudt ernstig genomen te worden. Een hemels evangelie heeft een veel taaier leven, want het is bijna onmogelijk het op heterdaad te betrappen, een tegenstelling aan te tonen tussen belofte en werkelijkheid. Immers de werkelijkheid van een boven-werkelijk geloof bestaat alleen hierin, dat men er in gelooft. Zolang er dus mensen zijn die in dat geloof leven en sterven, is zijn waarheid bewezen. Men kan de aardse daden van den petroleum-christen aan de kaak stellen, maar hoe moet men de oprechtheid meten van de verklaring dat dit alles hem niet raakt, immers, „hier beneden is het niet”.

Maar de liberaal moet hier beneden een wereld maken die in overeenstemming is met zijn aardse evangelie, of hij is verloren. Iedere krotwoning klaagt hem aan, allen die in lompen lopen en allen die in de duisternis blijven ploeteren zonder een kans te hebben naar welvaart en beschaving op te stijgen, zij allen zijn getuigenissen van de onoprechtheid of de zwakte van het liberalisme.

Zwakte is te vergeven aan een opkomende beweging, maar als de liberalen in de machtigste staten van de wereld, als ze in Engeland Frankrijk, U.S.A., Italië regeren, als ze in andere landen sterkere of zwakkere oppositie-partijen vormen — en zo was het in de 19e eeuw — dan is er geen sprake meer van zwakte, of het zou innerlijke zwakte moeten zijn, die naar buiten de indruk van onoprechtheid maakt.

In ieder geval, het liberalisme heeft de verwachtingen die het opwekte niet vervuld. Dit bondgenootschap van naar vrijheid strevende kooplieden en fabrikanten met intellectuelen, zo indrukwekkend dat het de volksmassa met zich meesleepte, werd tot een heerschappij van materieel nog altijd onverzadigde, doch geestelijk bevredigde, kapitalisten, over de intellectuelen en het volk.

Terwijl de meerderheid der intellectuelen deze toestand aanvaardde, kwam een gedeelte ervan in verzet en verbond zich met de volksgroepen tot een nieuwe beweging voor sociale rechtvaardigheid, volkswelvaart en bevrijding der culturele belangen uit de geldheerschappij: het socialisme.

Sluiten