Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschouwt, rest ons alleen het voortdurende zoeken en verbeteren, met de daarbij behorende risico’s van dwalen, en fouten en ongelukken maken.

Vandaar dat de kern van de democratie is, dat ze ons herinnert aan onze voortdurende feilbaarheid, en dat ze waarschuwt, dat alleen voortdurende inspanning en wakkerheid, ons kan behoeden voor dwaling, verstening en verval.

Dit behoeft natuurlijk niet te betekenen, dat een aanvaarding van het democratisch beginsel, ook de aanvaarding van iedere democratische regeling, die vandaag bestaat, insluit. Integendeel, de aanvechtbaarheid van alle bestaande regelingen is in de democratie inbegrepen. Doch dit wil ook weer niet zeggen, dat men bereid behoeft te zijn, al het geschreeuw dat tegenwoordig tegen de democratie wordt aangeheven, ernstig te nemen.

Daar is, om een voorbeeld te noemen, het geschreeuw tegen het algemeen kiesrecht. Maar wat wil men dan eigenlijk? Wil men bepaalde groepen van de bevolking de mogelijkheid ontnemen zich met de openbare zaak te bemoeien, terwijl die zaak zich met allen en alles bemoeit? Zo ja, dan schept men een rechteloze massa, d.w.z. een vorm van slavernij, met al de gevaren van explosie en rotting die daaraan voor de maatschappij verbonden zijn. Zo neen, hoe meent men dan correctie te kunnen aanbrengen? Laten we de zaak eens „modem wetenschappelijk” stellen. Wil men van de gehele bevolking de intelligentie quotiënten vaststellen? Dat zou ongetwijfeld heel nuttig zijn. En dan? Stemmen geven naar verhouding tot de I. Q.’s? Maar welke verhouding? En welke waarborg heeft men dan, dat de heden met hogere I.Q. s, ook een behoorlijke tijd besteden aan studie van politieke en maatschappelijke, culturele aangelegenheden? Mijn ervaring is, dat men bij de meeste beroepsintellectuelen, op poütiek, economisch en sociaal gebied, een domheid aantreft, zo groot, dat men de politiek georganiseerde arbeiders, relatief, als genieën zou kunnen beschouwen, ook al hebben die arbeiders dan gewoonlijk lagere I.Q.’s en al is men, zoals ik, er ver van verwijderd die arbeiders voor politieke genieën of zelfs maar talenten te houden. Maar ze hebben, op dit punt, een scholing die m’n vriend de arts of m n vriend de wiskundeprofessor en ook m’n vriend de musicus of de ütterator — overigens allemaal aardige jongens — missen. Wat dan? Een politiek examen? Volgens welke maatstaven en door

Sluiten