Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leiderschap is alleen mogelijk, als, door verbinding van de culturele élite met de kaders, een nieuwe aristocratie ontstaat, een aristocratie der capaciteiten, een democratische aristocratie dus die zich door haar capaciteiten en door haar gedrag, door haar levenshouding, prestige weet te verwerven, en zo wordt tot wat le Play de „sociale autoriteiten” noemde. De oude sociale autoriteiten, adel en geestelijkheid hebben al lang geen gezag meer, hun opvolgers, de intellectuelen en politici der progressieve bourgeoisie, zijn, met de ondergang dier bourgeoisie, tot handlangers der winstschrapers geworden en ook zij hebben alle gezag verloren. De cultuurloze en cultuurvij andige onderofficiersgeesten die het fascisme en het bolsjewisme voortbrengen, kunnen alleen door terreur regeren. De nieuwe sociale autoriteiten kunnen slechts uit de culturele élite en uit de cultuur-kaders voortkomen, zodra die élites weer beseffen dat cultuur niet alleen het „geestelijke”, maar ook het „maatschappelijke” omvat.

Als dit geschiedt, eerst in de élite, dan zal dat op den duur z’n uitwerking hebben op de kadergroepen en dan zal het ook in de bestaande politieke partijen doorwerken. Dit betekent, dat die partijen, die het meest vatbaar blijken te zijn voor deze opvattingen, zullen samensmelten tot één partij, die de draagster is van de progressieve gedachten en gevoelens ener dynamische cultuur (of dat een nieuwe cultuur-partij ontstaat). Zo'n partij zal dan de sociale autoriteit verwerven die voor het verkrijgen van een massa-aanhang nodig is, om zo de verandering der maatschappij, tegen kapitalisten, fascisten en arbeideristen in, tot stand te brengen.

Die verandering kan zich alleen voltrekken in de strijd tegen oorlog en revolutie, in de strijd tegen het extremisme, als een wapening der gematigden en als een zegepraal van die cultuur, in wier dienst de gewapende gematigden staan.

Gematigdheid, het zij hier nogmaals gezegd, is in dit verband heel wat anders dan middelmatigheid of burgerlijkheid, ze is de zelfbeheersing ener culturele aristocratie. Ze is daarom heroïsch, want niet bedacht op gemak en op baantjes en parasitaire voordeeltjes, doch integendeel bereid tot alle offers, tot iedere inzet en tot iedere stoutmoedigheid.

Tegenover het roofdier-ideaal der fascisten, plaatst ze daarom het ideaal ener nieuwe ridderschap, de ridderschap van karakter en

Sluiten