Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grote aanhang en een massa voor het régime ongevaarlijke meelopers, slechts een klein aantal blijvend ontevreden en diep ontevreden tegenstanders overhoudt. Het oude anti-fascisme sterft af, wordt uitgeroeid, is machteloos. De nieuwe generatie kent niets anders meer dan het fascisme. Geen ontevredenheden krijgen kans tot een nieuw anti-fascisme uit te groeien.

De geschiedenis leert ons, dat zelfs het oude despotisme, hoe slecht ook georganiseerd, hoe gering ook vaak z’n aanhang, niettemin vaak eeuwen lang z’n macht kon handhaven, en slechts een heel enkele keer door de, in z’n eigen gebied heersende, ontevredenheid ten val werd gebracht. Meestal waren het oorzaken van buiten — oorlogen —, of een combinatie van externe en interne moeilijkheden die zo’n despotisme ten val brachten.

Waarop berust dan de verwachting dat het fascisme — of het bolsjewisme om nogmaals aan het bestaan van dit type van totalitair despotisme te herinneren — door krachten opkomend uit z’n eigen gebied, door ontevredenheid van het eigen volk, ten val gebracht zou worden?

Waarop berust de verwachting, dat een „proletarische revolutie” — notabene van een proletariaat zonder eigen partijen en organisaties, een proletariaat dat een vast bestaan heeft en dat geheel en al in militaire en half-militaire organisaties is samengevat en zo bewaakt — een einde zou maken aan de sterkste staatsmacht die de wereld nog ooit gekend heeft?

Deze en dergelijke verwachtingen hebben geen enkele reële ondergrond. Ze berusten ten dele op de hardnekkigheid waarmee hopeloos verouderde proletarische en marxistische socialisten aan hun geheiligde tradities vasthouden: het proletariaat moet de revolutie maken, het kapitalisme vernietigen en het socialisme brengen.

Weliswaar heeft „het proletariaat” nog nooit in een of andere moderne staat een revolutie kunnen maken, anders dan in aansluiting op een door die staat verloren oorlog. Weliswaar is het fascisme geen kapitalisme meer, doch een, zich in de richting van een „socialisme-zonder-vrijheid” ontwikkelende, door de staat, en volgens het staatsbelang, geleide economie; maar waar moeten de armen van geest nog aan geloven, als zelfs de tegenstelling „kapitalisme-socialisme” niet meer geldig blijkt te zijn? Weliswaar bewijzen én fascisme én bolsjewisme, dat er een soort

Sluiten