Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de individueele mensch en de staat. Als op zichzelf staande atomen werden de individuen naast elkaar geplaatst. Voor enkele rücksichtslose personen, en in zeldzame gevallen voor enkele groote begaafdheden, gaf dit meer bewegingsvrijheid — maar over het algemeen werden de losgemaakte, op zichzelf staande individuen tot een vormelooze massa ineengestampt, waaromheen de Staat zich sloot als een ijzeren band."

Maar er bestaan toch nog wel andere groepeeringen dan die van den Staat? Neem slechts die der arbeiders, of die der werkgevers. Inderdaad! Maar zulk een groepeering is niet gegroeid uit een innerlijke verbondenheid, is niet een lidmaat van het lichaam der maatschappij. Deze banden veranderen niets aan de individualistische grondstelling, dat het absolute en souvereine individu onmiddellijk staat tegenover den souvereinen Staat.

Doorgaande op het beeld van het organisme betoogt von Nell Breuning aldus: „Zoolang de maatschappij een „wohlgegliederter Organismus" was, bepaalden levende krachten op organische wijze haar opbouw en vorm. Maar wanneer een levend lichaam een doode massa is geworden, dan gaan er andere krachten optreden, die zijn vorm en bouw bepalen, en wel doode, an-organische, mechanische krachten. Dit zijn krachten, die niet binden, maar ontbinden. Doode, ontbindende krachten bepalen nu den vorm en opbouw der maatschappij. En de eerste der doode krachten is wel de zwaartekracht. Eenieder nu weet dat bezitloosheid het loodgewicht is, wat een mensch aan de voeten hangt en hem naar beneden trekt. Door deze doode kracht wordt de menschheid uit elkaar getrokken, naar den graad van zijn bezit, tenslotte volgens bezit en niet-bezit. Daardoor zien we onze tegenwoordige maatschappij uit elkaar gescheurd in twee groepen, die niet door een innerlijk levende kracht met elkaar zijn

Sluiten