Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbonden, en wier groepsbelangen elkaar aanvullen. Dit laatste was de conclusie van het eerste hoofdstuk.

Zijn er nu zulke groepeeringen te vinden?

In het tweede hoofdstuk, waar we zochten naar het juiste begrip van „stand" hebben we metterdaad groepen gevonden, die aan deze twee vereischten beantwoorden.

De eerste eisch was: een innerlijke, levende verbondenheid. In de beroepsstanden nu zien we, dat deze metterdaad aanwezig is. Allen die tot ééne beroepsstand behooren hebben éénzelfde belang, waarop heel hun dagelijksch werk is gericht, en wel: om te kunnen leven van het ééne product of van den éénen dienst, waartoe zij allen medewerken; van het wel en wee van dat product hangt hun aller levensonderhoud af. Gezamenlijk geven zij aan de samenleving het bepaalde goed wat zij produceeren; en aan dat goed ontleenen zij allen hun waardigheid, hun stand in die maatschappij, al zijn niet allen in gelijke mate aan die waardigheid deelachtig. Heel hun levenswerk brengt hen dus tesamen, bindt hen aan elkaar vast, doet hen aan éénzelfde waardigheid deelachtig worden, zij het in meerdere of mindere mate — en 't is inderdaad een ,,violenta condicio", een gewelddadige toestand, wanneer zulk een levende saamhoorigheid uit elkaar is gescheurd. Wat heeft een patroon in de ijzerindustrie gemeenschappelijk met een patroon in de zuivelindustrie, tenzij alleen de louter uiterlijke omstandigheid, dat ze beiden bezit hebben? Maar met allen, die in die ijzer-industrie werken, van de hoogste tot de laagste, heeft hij gemeenschappelijk hun aller groot levensbelang, dat hun product goed is, dat hun product waardevol is, dat dit product hun allen het levensonderhoud verschaft, en hen zelf en hun levenswerk waardevol maakt voor de maatschappij.

Maar ook de tweede eisch: dat de belangen der ver-

Sluiten