Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Allen die door hun levenswerk hetzelfde product voortbrengen, op welke wijze dan ook, krijgen door het geven van dat product hun hoogheid van stand, terwijl het werken aan dat product regelmatig een bepaald cultuurniveau ten gevolge heeft.

Wil dit zeggen, dat allen die hetzelfde beroep uitoefenen, bijvoorbeeld allen wier beroep bestaat in het bouwen van huizen, dat al die menschen nu ook van gelijke waardigheid, van gelijken stand zijn? Als dit geconcludeerd moest worden uit de gegeven standsdefinitie, dan zou deze definitie klinkklare onzin zijn, immers in schreeuwende tegenspraak met de werkelijkheid.

Menschen van gelijken stand hebben ongeveer dezelfde levensgewoonten, smaak en zeden, ze gaan met elkaar om en trouwen onder elkaar. Het is allerduidelijkst, dat deze verhouding tusschen de architecten en de opperlieden niet bestaat, noch practisch denkbaar is.

Toch tast dit de gegeven definitie niet aan. Inderdaad het product bepaalt den stand en het werken eraan formeert het cultuurpeil. Maar niet allen deelen op gelijke wijze in de waardigheid van het product, omdat niet allen op gelijke wijze medewerken aan de totstandkoming er van, zoodat ook het cultuurpeil van allen niet hetzelfde is. Hoe meer universeel iemand meewerkt, des te meer deelt hij in de waarde van het product, des te hooger is zijn waardigheid of zijn stand, des te hooger zal als regel zijn beschavingspeil zijn. En is zijn medewerking minder universeel, zijn stand en cultuurpeil zal lager staan. Dit alles uit kracht van het product: dat geeft hem waardigheid, omdat en voor zoover hij dat product produceert.

Het ééne beroep omvat dus menschen van hooger en lager waardigheid. Gelijkheid van stand en cultuur bestaat niet tusschen alle werkers van hetzelfde beroep, maar wordt gevonden dwars door de beroepen heen. Men

Sluiten