Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Natuurlijk! Zoolang de standenmaatschappij er nog niet is, zoolang zal de standsorganisatie in haar huidigen vorm moeten doorgaan; zij moet immers het bestaande sociale milieu organiseeren, in casu de arbeiders. Maar tevens moet zij de oogen harer leden openen voor de grootsche mogelijkheid eener schoonere toekomst: een maatschappij van heel anderen vorm en geheel andere mentaliteit. Bij haar leden het levendige besef wekken, dat de standsorganisatie wel niet zal verdwijnen, maar dat ze een groote wijziging zal ondergaan, en wel een zoodanige, dat zij eindelijk werkelijk wordt datgene wat haar naam zoo hoopvol aanduidt: een standsorganisatie.

Tenslotte: waar in de standenmaatschappij op het eigenlijke vakterrein hoogstwaarschijnlijk geen katholieke organisaties meer zullen bestaan, daar is het duidelijk, dat zoowel het werk der katholieke standsorganisatie noodzakelijker, als haar taak uitgebreider wordt, dan ze vroeger ooit is geweest.

HOOFDSTUK V STANDSBEHOEFTEN

Bekend is de volgende uitspraak: „Men mag zijn inkomen gebruiken om daarmee te leven op gepaste wijze volgens zijn stand. Houdt men dan nog inkomsten over, dan mag men daar niet naar willekeur over beschikken, maar ze vallen onder de zeer zware verplichting van aalmoes en weldadigheid en grootschheid."

Nog meer bekend is misschien de zegswijze: „Ik kan me zulke uitgaven veroorloven, want ik kan het betalen."

De intelligente lezer constateert natuurlijk terstond, dat deze twee uitspraken niet alleen verschillen, maar elkaar zelfs volkomen weerspreken.

Die tweede uitspraak is de mentaliteit der klasse.

Sluiten