Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jat vermogen, wat sommige menschen hebben om steeds maar meer rijkdommen op te stapelen.

BESLUIT

In de voorafgaande hoofdstukken zijn verschillende dingen gezegd, die volkomen afwijken van wat we gewend zijn, en dus misschien vreemd aandoen. En daarom zal een bepaalde groep van menschen, als ze meer ouderwetsch zijn, zeggen: dat het socialistisch is: en als ze meer nieuwerwetsch zijn, zeggen: dat het fascisme is.

Wel! als de socialisten deze zelfde dingen ook zouden willen, zooveel te beter voor hen en voor ons; en als de fascisten deze zelfde dingen willen, wederom zooveel te beter voor hen en voor ons en voor heel de maatschappij. Maar deze zaken zijn in wezen noch socialistisch, noch fascistisch, maar eenvoudigweg een deel van het geheel der groote natuurlijke beginselen, waarop heel het menschengeluk is gebaseerd, en die God aan zijn Kerk ter bewaring heeft toevertrouwd, en die ieder Christen gehouden is uit te dragen als een licht voor de wereld.

Verschillende zaken, die zijn gezegd, wijken volkomen af van de bestaande orde, kunnen niet worden verwezenlijkt dan door een algeheele omwenteling der maatschappij. Mag dan een christen zulke dingen wel denken, laat staan: zeggen? De christen immers moet de bestaande orde eerbiedigen, gedweezijn en berusten, en verre blijven van alles, wat min of meer revolutionnair klinkt. Want is een christen niet in wezen anti-revolutionnair?

In een wereld, waarin het kwaad regeert; een wereld, waarvan ieder katholiek reeds in zijn kindsheid leert, dat ze is in de slavernij van den duivel — in zulk een wereld kan de christen niet anders zijn dan de eeuwige revolutionnair. Als storm en vuur is Gods Geest over Zijn Kerk gekomen, en als een waaiende wind en laaiend vuur is het

Sluiten