Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI

D e dienstkamer van het militaire hospitaal. Suizend brandt het gas met gele vlammen, die meer schaduw dan licht geven.

„Aangenaam U te leeren kennen. U speelt piano, heb ik gehoord?" Borodin is eigenlijk maar matig geïnteresseerd in dat al te elegante, al te slanke kereltje, dat de uniform zoo sierlijk draagt, als speelde hij meê in een operette van Strausz.

Moussorgsky denkt: „Een goede kerel. Echt een dokter. Hij ziet me aan, of ik een kind ben, wiens amandelen geknipt moeten worden."

„Ik speel heel veel," zegt hij. „Ik ben leerling van Herke. De piano is mij lief. Zij reageert zoo soepel en vervangt een orkest. We hadden thuis een huisorkest kunnen hebben, maar alleen de kelder had een behoorlijke acoustiek. Maar men moet een orkest het liefst niet bij den wijn laten. Het klinkt niet goed, als het klinkt!"

Borodin glimlacht. „Ik houd veel van muziek," bekent hij. „Mijn werk is niet zoo heel vroolijk en erg verantwoordelijk. Het eischt den heelen mensch. Doch

Sluiten