Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In „de Classicus" en „de Rarekiek", muzikale satyres met veel geest en veel noten, geeft Moussorgsky de eigendunkelijke domheid, de laffe zelfgenoegzaamheid en de trage ouderwetschheid onmiskenbaar duidelijke stemmen.

Begeleid door wat wel een sonatine van Clementi kon zijn, zingt „de Classicus" met den plechtigen ernst van een heldentenor:

„Simpel ben ik en klaar Bescheiden en rechtschapen,

Steeds heel aesthetisch,

Alleen maar nu en dan,

Beheerscht pathetisch.

Kuisch ben ik en aanminnig,

Klassiek heel rein En zacht, zinvol en fijn.

Sluiten